Wat ons momenteel bezighoudt

In deze rubriek delen we thema’s die ons op dit moment bezighouden: actuele gebeurtenissen, diepgaande vragen rond de Bijbel, uiteenlopende visies en nieuwe inzichten die tijdens het onderzoek ontstaan. Niet om te vertellen wat u moet geloven, maar om u uit te nodigen zelf de Schriften te onderzoeken.

Actualiteit en Schriftlezing

De wereld om ons heen verandert voortdurend en roept vragen op over onze plaats in Gods plan. We kijken naar actuele ontwikkelingen door de lens van de Schrift, waarbij we zoeken naar de diepere lijnen en context in plaats van snelle oordelen.

Voortschrijdend inzicht in de praktijk

Voortschrijdend inzicht vraagt de bereidheid om vertrouwde overtuigingen opnieuw tegen het licht van de grondtekst te houden. We leggen verschillende gedachten naast elkaar om te ontdekken wat er werkelijk geschreven staat en hoe tradities ons zicht soms vertroebeld hebben.

Nieuwe studies in voorbereiding

Achter de schermen werken we aan meerdere nieuwe studies en thematische verkenningen. Binnenkort worden deze onderzoeken als gratis te downloaden PDF-documenten beschikbaar gesteld op de website, zodat u ze in alle rust zelf kunt bestuderen.

Is Mattheüs 24 al vervuld?

Een openbare gedachtewisseling tussen Willem Ouweneel en Jeroen Koornstra zette mij opnieuw aan het denken.

Soms komt een onderwerp dat je al vaak hebt bestudeerd ineens opnieuw op tafel. Niet omdat er een nieuwe Bijbeltekst is ontdekt, maar omdat iemand die bekende tekst anders leest dan jij gewend bent.

Dat gebeurde bij mij naar aanleiding van een openbare gedachtewisseling tussen Willem Ouweneel en Jeroen Koornstra. Zij schreven over de toekomstverwachting van de Bijbel en daarbij kwam ook Mattheüs 24 nadrukkelijk in beeld.

Hun verschil van inzicht raakte aan een vraag die mij al langere tijd bezighoudt:

Is Mattheüs 24 een profetie over gebeurtenissen die voor ons nog toekomst zijn, of sprak Jezus in de eerste plaats over gebeurtenissen die zijn hoorders zelf zouden meemaken?

Ik besloot de verschillende opvattingen naast elkaar te leggen. Niet met de vraag: Wie heeft gelijk? Maar eerst met de veel belangrijkere vraag:

Wat staat er eigenlijk?

De aanleiding: de woorden van Jezus

Mattheüs 24 begint heel concreet.

Jezus verlaat de tempel. Zijn discipelen wijzen Hem op de indrukwekkende tempelgebouwen. Dan zegt Jezus:

„Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden.”

De discipelen reageren daarop met vragen. Zij willen weten wanneer dit zal gebeuren en vragen tevens naar het teken van Zijn komst en van de voleinding van de eeuw.

Daar begint het probleem.

Gaat het antwoord van Jezus uitsluitend over de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70?

Gaat het juist over gebeurtenissen vlak voor Zijn toekomstige wederkomst?

Of lopen gebeurtenissen die nabij waren en gebeurtenissen die veel later zouden plaatsvinden in elkaar over?

Jeroen Koornstra: veel is al vervuld

In de benadering van Jeroen Koornstra ligt sterk de nadruk op de eerste hoorders van Jezus.

Dat is begrijpelijk. Jezus sprak immers niet rechtstreeks tot mensen die tweeduizend jaar later zouden leven. Voor Hem zaten discipelen die Hem vragen stelden naar aanleiding van Zijn uitspraak over hún tempel.

Een belangrijke tekst daarbij is:

„Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal zeker niet voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeurd zijn.”

Wanneer „dit geslacht” inderdaad het geslacht is waartoe Jezus op dat moment sprak, krijgt het jaar 70 een bijzonder grote betekenis.

Jeruzalem werd verwoest. De tempel werd afgebroken. De verschrikkingen rondom die gebeurtenis waren enorm.

Koornstra ziet daarom veel van Mattheüs 24 als vervuld in de gebeurtenissen van de eerste eeuw.

Dat heeft een belangrijk voordeel: we nemen serieus tot wie Jezus sprak en wanneer Hij dat deed.

Willem Ouweneel: er staat nog iets open

Willem Ouweneel verzet zich tegen een uitleg waarin Mattheüs 24 grotendeels wordt opgesloten in het jaar 70.

Hij ziet in de woorden van Jezus ook gebeurtenissen die samenhangen met Zijn toekomstige komst en de voleinding.

Ook daarvoor zijn goede vragen te stellen.

Want wanneer Jezus spreekt over de komst van de Zoon des mensen, over engelen die worden uitgezonden en over het bijeenbrengen van Zijn uitverkorenen, kunnen we dan eenvoudig zeggen dat dit allemaal in het jaar 70 is vervuld?

En wat doen we met woorden als:

„En zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met grote kracht en heerlijkheid.”

Wanneer we zeggen dat heel Mattheüs 24 in de eerste eeuw is vervuld, moeten ook zulke woorden een overtuigende plaats krijgen.

Daar ligt naar mijn mening een zwakke plek van een volledig preteristische uitleg.

Twee uitleggingen — en beide zien iets belangrijks

Toen ik beide benaderingen naast elkaar legde, merkte ik iets op.

Koornstra dwingt mij om serieus rekening te houden met het jaar 70.

Ouweneel dwingt mij om serieus rekening te houden met wat kennelijk nog niet zichtbaar is vervuld.

Misschien moeten we daarom niet te snel kiezen tussen:

alles is vervuld

of:

alles moet nog gebeuren.

Want doet Mattheüs 24 zelf ons misschien een andere mogelijkheid aan de hand?

De verwoesting van Jeruzalem kan niet worden genegeerd

Dat Jezus over de verwoesting van Jeruzalem sprak, lijkt mij moeilijk te ontkennen.

De aanleiding is de tempel.

De discipelen vragen wanneer de aangekondigde verwoesting zal plaatsvinden.

Jezus waarschuwt voor gebeurtenissen die Zijn hoorders aangaan.

Hij zegt zelfs:

„Laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.”

Dat is opvallend concreet.

Hij zegt niet: Wanneer mensen vele eeuwen later dit zien...

Zijn woorden hadden betekenis voor de mensen die ze hoorden.

De gebeurtenissen rond Jeruzalem in het jaar 70 mogen daarom naar mijn overtuiging niet worden weggehaald uit Mattheüs 24.

Maar is daarmee alles vervuld?

Daar ligt voor mij de andere kant.

Wanneer we Mattheüs 24 helemaal laten eindigen in het jaar 70, blijven er teksten over waarbij ik vragen houd.

De komst van de Zoon des mensen.

Het bijeenbrengen van de uitverkorenen.

De grote zichtbaarheid en heerlijkheid waarmee die komst wordt beschreven.

En bovendien staat Mattheüs 24 niet op zichzelf. De Schrift spreekt op meer plaatsen over een toekomstige komst van Christus en over gebeurtenissen die daarmee verbonden zijn.

Daarom kom ik zelf niet uit bij de conclusie dat Mattheüs 24 volledig in het jaar 70 is vervuld.

Voorvervulling

Een begrip dat mij hierbij helpt, is voorvervulling.

Daarmee bedoel ik dat een profetie een werkelijke vervulling kan hebben in een historische gebeurtenis, terwijl die gebeurtenis tegelijkertijd vooruitwijst naar een latere en vollediger vervulling.

Dat verschijnsel komen we vaker tegen in de Bijbel. Een gebeurtenis kan op zichzelf werkelijk en betekenisvol zijn en tegelijk een voorafschaduwing vormen van iets dat later in grotere of vollediger vorm terugkomt. Denk bijvoorbeeld aan de uittocht uit Egypte, het Pascha, de tempel en het koningschap van David. Ze hadden allemaal hun eigen betekenis in hun eigen tijd, maar kregen later een veel grotere betekenis binnen Gods handelen.

Dat maakt het ook bij profetie belangrijk om niet te snel te denken: als iets eenmaal vervuld is, kan het dus geen betekenis meer hebben voor wat nog komt.

De verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 is dan niet slechts een onbelangrijk voorval dat we uit Mattheüs 24 kunnen wegredeneren.

Integendeel.

Het is een ingrijpende vervulling van woorden die Jezus tot Zijn discipelen sprak.

Maar daarmee hoeft niet ieder onderdeel van Zijn profetische rede definitief te zijn afgesloten.

Het jaar 70 kan dan een historische vervulling zijn die tegelijk als voorafschaduwing vooruitwijst naar een latere en grotere vervulling.

 

Dat veranderde mijn manier van lezen

Voor mij zit de belangrijkste les echter nog ergens anders.

Bij profetische gedeelten hebben we gemakkelijk een systeem in ons hoofd voordat we de tekst lezen. We weten al ongeveer hoe de eindtijd eruit zou moeten zien en vervolgens proberen we ieder vers daarin een plaats te geven.

Maar eigenlijk zou de volgorde andersom moeten zijn.

Eerst kijken:

Wie spreekt?

Tot wie wordt gesproken?

Wat was de aanleiding?

Welke woorden worden gebruikt?

Wat konden de eerste hoorders daarvan begrijpen?

En pas daarna: hoe past dit in het grotere geheel van de Schrift?

Dat klinkt eenvoudig.

Maar juist bij bekende Bijbelgedeelten blijkt het verrassend moeilijk.

Ouweneel, Koornstra — en dan de Bijbel

De gedachtewisseling tussen Willem Ouweneel en Jeroen Koornstra heeft mij daarom vooral geholpen opnieuw te kijken.

Ik hoef niet alles van Koornstra over te nemen om te erkennen dat zijn nadruk op de vervulling in de eerste eeuw belangrijke vragen stelt aan een uitsluitend futuristische uitleg.

En ik hoef niet alles van Ouweneel over te nemen om te erkennen dat hij terecht aandacht vraagt voor gedeelten die moeilijk als volledig vervuld kunnen worden beschouwd.

Daarmee kom ik voorlopig tot deze conclusie:

Mattheüs 24 heeft onmiskenbaar betrekking op de gebeurtenissen rond Jeruzalem en de verwoesting van de tempel in het jaar 70. Maar daarmee is naar mijn overtuiging niet alles wat Jezus in dit hoofdstuk zegt definitief vervuld. Het jaar 70 kan worden gezien als een voorvervulling die tegelijkertijd vooruitwijst naar gebeurtenissen die nog komen.

Misschien is dat wel het belangrijkste van voortschrijdend inzicht.

Niet dat we steeds iets nieuws moeten bedenken.

Maar dat we bereid blijven een oude overtuiging opnieuw naast de tekst te leggen.

Want uiteindelijk is niet de vraag of Ouweneel gelijk heeft, of Koornstra, of ik.

De vraag blijft:

Wat staat er geschreven?

Aanleiding voor dit artikel was de openbare gedachtewisseling tussen Willem Ouweneel en Jeroen Koornstra, gepubliceerd op CIP Nieuws. Hun bijdragen vormden het vertrekpunt voor bovenstaande vergelijking en mijn eigen hernieuwde onderzoek van Mattheüs 24.