Er zijn in de Bijbel verschillende passages die oproepen om Gods Woord niet alleen te lezen, maar ook te bestuderen, onderzoeken en overdenken. Hier zijn enkele kernteksten:
Handelingen 17:11 – “11 Dezen nu waren edeler dan die in Thessalonika, die het woord met alle bereidwilligheid ontvangen, dag na dag vragend de Schriften onderzoekend of deze dingen zo mogen zijn.”
👉 Hier gaat het expliciet over het dagelijks onderzoeken van de Schriften.
Johannes 5:39 – “39 Doorzoekt de Geschriften, want jullie menen in hen aionisch leven te hebben en dezen zijn het die aangaande Mij getuigenis geven.
👉 De Joden waren er erg trots op dat zij de beheerders waren van de woorden van God en dat zij Zijn wil kenden. Hoe kon het dan zijn dat ze er niet in slaagden in Hem de lang beloofde Messias te zien? Lijkt het niet vreemd dat Hij hen moest vragen de Schrift te doorzoeken? Ze doorzochten ze om Zijn aanspraken te ontzenuwen [7:52], maar hun zoektocht was niet zorgvuldig of eerlijk. In plaats dat ze vonden dat Jesaja 9.12 Zijn bediening in Galilea voorzegde, voelden ze zich er door beledigd en gebruikten ze het tegen Hem. Ze zochten en vonden dat Christus in Bethlehem geboren moest worden en beredeneerden zonder aanleiding dat dit ook Zijn thuis zou zijn. Wij, net zo goed als zij, moeten zoeken en accuraat, eerlijk, met heel ons hart geloven, als we de volheid willen genieten die in de Schrift is.
👉 Jezus Zelf spoort hier aan tot onderzoek van de Schrift.
Luc. 24:27,44 27 En beginnend vanaf Mozes en vanaf al de profeten, interpreteert Hij voor hen in al de Geschriften de dingen aangaande Hemzelf. 44 Hij nu zei tot hen: "Deze zijn Mijn woorden, die Ik tot jullie spreek, terwijl Ik nog samen met jullie ben, dat het bindend is dat alle dingen die geschreven zijn in de wet van Mozes en in de profeten en in Psalmen, aangaande Mij, vervuld worden”.
2 Timotheüs 2:15 – “15 Beijver je jezelf welbeproefd te presenteren voor God, als een werker die zich niet hoeft te schamen, het woord van de waarheid correct snijdend.”
👉 Vertalers hebben grote problemen ondervonden met het weergeven van de zinsnede "juist snijden." Hoewel men verlangde de gebruikelijke weergave "recht verdelen" te verbeteren, hebben de Revisors het nogal losjes vertaald met "handling aright" – juist hanteren. Dit is erg vaag. De betekenis wordt duidelijk door de illustratie die volgt. Hymeneüs en Filetus ontkenden de opstanding niet, zoals de Korintiërs [1Kor. 15:12], maar zijn misplaatsten die. Ze plaatsten die in het verleden, terwijl het nog toekomstig was. Zo heeft alle waarheid haar juiste plaats, en zonder die wordt waarheid zelf de meest verraderlijke fout, omdat ze de steun van de Schrift schijnt te hebben. We moeten niet de waarheid van de ene aion over zetten naar een andere, of van de ene bedeling naar een andere. We zouden waarheid over Israël bij hen moeten laten en die voor ons zou er niet mee vermengd moeten worden. Op geen enkele andere manier kunnen we echt waarheid hebben.
2 Timotheüs 3:16–17 – 16 Elk Geschrift is door God geïnspireerd en heeft ook baat voor onderwijzing, voor weerlegging, voor correctie en voor discipline, die in rechtvaardigheid, [2Petr. 1:21] - [Rom. 15:4]
17 opdat de mens van God toegerust zal zijn, volkomen toebereid zijnde voor alle goed werk. [2Tim. 2:21]De hele Schrift is nuttig om te onderwijzen, te weerleggen en te vormen.
👉 De geïnspireerde Schrift is de enige en afdoende uitrusting voor de man van God in deze beproevende tijden. Al het andere had gefaald en was in puin vervallen. Het was een gebiedende en absolute noodzaak geworden dat de heilige schriften in hun maagdelijke staat herontdekt moesten worden, want alleen zij zijn de laatste toevlucht voor de heiligen. Hun inspiratie is beperkt tot de originele tekst. Wat het nauwste contact met de geïnspireerde verslagen belooft, en de veiligste index van hun inhoud, is de best mogelijke uitrusting voor de man van God. De Concordant Version, de consistente sublineair van de Griekse tekst en de concordantie daarop, zullen, zo vertrouwen wij, door God gebruikt worden om aan die ene, allerhoogste, noodzaak van de tijden tegemoet te komen.
Romeinen 15:4 – Want zoveel als tevoren werd geschreven, werd tot onze onderwijzing geschreven, opdat door het verduren en de bemoediging van de Geschriften, wij de hoop zullen hebben. [1Kor. 10:11].
Kolossenzen 3:16 – 16 Laat het woord van Christus op een rijke wijze in jullie inwonen, in alle wijsheid onderwijzend en jullie zelf attenderend met psalmen, lofzangen, geestelijke liederen, in de genade zingend in jullie harten tot God. [Efez. 5:19]
Hebreeën 4:12 – 12 Want het woord van God is levend en effectief en snijdender dan elk tweesnijdend zwaard en dringt door tot op deling van ziel en van geest, zowel van de verbindingen als van het merg, en is oordeelkundig van gevoelens en van gedachten van het hart. [1Pet. 1:23] - [Jes. 49:2] - [Joh. 12:48].
👉 De ziel heeft te maken met de lichamelijke zintuigen. Ze wordt gewoonlijk verward met de geest. De natie in de wildernis was ziels. Ze zuchtten om de vleespotten van Egypte. Ze waren zinnelijk. Zo was het ook met het volk ten tijde van de dag van onze Heer, dat reageerde op de broden en de vissen, maar Zijn woorden niet kon verteren. En dit is ook het gevaar voor deze Hebreeuwse gelovigen. Ze zuchtten om de lichamelijke zegeningen van het koninkrijk. Maar toen de tekenen, die de verkondiging er van begeleidden tijdens de Pinksterperiode, teruggetrokken werden, vielen ze weg. Alleen het woord van God is in staat te oordelen of een daad geestelijk of ziels is.
1 Petrus 2:2 – 2 verlangt als pasgeboren baby's naar de logische, onvervalste melk, opdat jullie daardoor zullen opgroeien tot in redding, [1Kor. 3:2].
👉 Deze teksten laten samen zien dat het Woord van God bedoeld is om:
te lezen, te onderzoeken, te overdenken, te bewaren in het hart, en toe te passen in het leven.
De Bijbel is niet bedoeld om zomaar te lezen, maar deze grondig te onderzoeken. Dit komt door verschillende belangrijke redenen en leidt tot diepere inzichten en een beter begrip van Gods boodschap.
Hier zijn de belangrijkste punten waarom onderzoeken verkozen wordt boven alleen lezen:
- De Bijbel als een complex geheel: De Bijbel is geen eenvoudig boek, maar eerder een "bibliotheek" van 70 boeken [jawel het zijn er geen 66], geschreven over duizenden jaren door diverse auteurs. Veel delen kunnen technisch en moeilijk te begrijpen zijn.
- Schijnbare tegenstrijdigheden: De Bijbel bevat veel teksten die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijken, bijvoorbeeld over genade en rechtvaardigheid, of over het leven na de dood. Gewoon lezen leidt tot verwarring en het gevoel dat de Bijbel zichzelf tegenspreekt. Veel vrienden hebben hierdoor hun geloof laten varen.
- Menselijke invloeden en vertaalfouten: De Bijbel zoals we die nu kennen, is een vertaling van vertalingen, gemaakt door mensen die beïnvloed werden door de tijd en omstandigheden waarin ze leefden. Dit heeft duizenden fouten en onjuiste interpretaties geïntroduceerd, bijvoorbeeld in de vertaling van "eeuwigheid" of "hel".
- De noodzaak van een "geopende blik": Om de Bijbel werkelijk te begrijpen, is een onbevooroordeelde blik nodig, los van vooropgezette ideeën, gewoonten of traditionele interpretaties uit zowel reformatorische als evangelische stromingen.
- Actieve betrokkenheid en dieper inzicht: Het onderzoeken van de Schriften is een veel actievere en doelgerichtere bezigheid dan alleen lezen. Het gaat om diep graven, verbanden leggen en betekenissen ontdekken, wat meer voldoening en inzicht oplevert.
- De Bijbel zelf roept op tot onderzoek: "Nergens in de Bijbel-Schriften staat: Leest de Schriften. Wel: onderzoekt de Schriften.". Dit wordt ondersteund door het voorbeeld van de Bereeërs in Handelingen 17:11, die dagelijks de Schriften nagingen om te zien of de dingen zo waren.
Hoe onderzoek je de Bijbel?
- Vergelijk Schrift met Schrift: Dit is de sleutel om de Bijbel te laten spreken en zichzelf uit te leggen. Het is als een legpuzzel waarvan alle stukjes perfect in elkaar passen, maar die nog wel gelegd moet worden.
- Raadpleeg meerdere Bijbelvertalingen: Omdat vertalingen elkaar beïnvloeden en verschillen, helpt het om deze naast elkaar te leggen om nuances en betekenisverschillen te ontdekken. Hoe groter de verschillen zijn des te meer is het noodzakelijk om het te besturen van uit de grondtekst.
- Ga terug naar de oorspronkelijke talen: Het bestuderen van de Hebreeuwse en Griekse grondteksten is essentieel voor een goed resultaat. Hulpmiddelen zoals Bijbelconcordanties [bijv. Strong-nummers] kunnen hierbij helpen om de precieze betekenis en context van woorden te achterhalen.
- Plaats de teksten in hun context: Begrijp aan wie een Bijbelgedeelte oorspronkelijk was gericht, en in welke context het geschreven is. Niet de hele Bijbel is persoonlijk aan jou of aan mij gericht. Dit helpt om misinterpretaties te voorkomen, zoals het verkeerd toepassen van geboden of profetieën.
- Toets alles aan de Schrift: In plaats van menselijke interpretaties, belijdenisgeschriften of verhalen zomaar aan te nemen, moet je alles wat je hoort kritisch toetsen aan wat er werkelijk in de Bijbel staat.
- Onderscheid 'aeonen' van 'eeuwigheid': Het Griekse woord 'aion' kan beter worden vertaald als 'tijdperk' of 'eeuw' met een begin en een einde, in plaats van 'eeuwigheid' zonder einde. Dit verandert de kijk op concepten als eeuwig leven en hel.
Let op: Onderzoeken leidt tot heldere inzichten en een stevig geloof dat gegrond is in Gods Woord, in plaats van in menselijke overleveringen.
Bijbel:
De Bijbel onderzoeken en bestuderen, in plaats van alleen maar te lezen.
Hier zijn enkele redenen en de implicaties:
- De Bijbel die wij lezen is een vertaling, geen oorspronkelijke tekst. Het Oude Testament is oorspronkelijk in het Hebreeuws (met enkele gedeelten in het Aramees) geschreven, en het Nieuwe Testament in het Grieks. De oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse geschriften zijn het Woord van God; jouw Bijbel is een vertaling daarvan. Strikt genomen is de Bijbelvertaling dus niet zelf Gods Woord, maar een weergave van Gods Woord.
- Vertalingen bevatten onnauwkeurigheden en opzettelijke veranderingen [besluiten van concilies].
Voorbeelden van verkeerde vertalingen:
- Het Griekse woord doulos (slaaf) wordt in veel Bijbelvertalingen weergegeven als “dienstknecht”, “knecht” of “dienaar”. Dit is vaak een bewuste keuze, omdat het woord “slaaf” in onze cultuur een negatieve lading heeft. Toch geeft dit een vertekend beeld van de ware relatie met Christus: gelovigen zijn Zijn slaven, volledig aan Hem toebehorend en verplicht tot gehoorzaamheid. Een slaaf heeft geen eigen zeggenschap en behoort dag en nacht toe aan zijn meester. Een dienstknecht daarentegen verricht wel diensten, maar behoudt daarnaast een eigen mening en een zelfstandig leven.
- Het Griekse woord aiōn [aeon, een onafzienbare tijdsperiode met een begin en een einde] wordt vaak vertaald als "eeuwigheid" [wat in het Nederlands 'duur zonder aanvang of einde' betekent] of "wereld". Deze verkeerde vertaling komt minstens 122 keer voor in het Nieuwe Testament. Het begrijpen van aiōn is cruciaal om Gods Woord echt te doorgronden.
- Andere woorden zoals "engel" [eigenlijk "boodschapper"], "apostel" [eigenlijk "afgevaardigde"], "hel" [eigenlijk "gehenna" of "dal van Hinnom"], en "bekeren" [eigenlijk "bezinnen"] zijn vaak onjuist weergegeven. Dit leidt tot een misleidend beeld van God en Zijn boodschap.
- Het belang van "Bereeërs": De bronnen moedigen je aan om net als de Bereeërs in Handelingen 17:10-11 te zijn. Zij ontvingen het woord met alle bereidwilligheid, maar onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of deze dingen waar waren. Dit betekent dat je de boodschappen die je hoort kritisch moet controleren aan de hand van de bronteksten.
Hoe je de Bijbel kunt onderzoeken/bestuderen:
◦ Ga terug naar de grondtekst: Dit is de meest accurate manier. Als je geen Grieks of Hebreeuws kent [het merendeel van de Bijbellezers], kunnen eenduidige, woord-voor-woord vertalingen of interlineairs helpen, zoals die op Scripture4all.org of geschriften.nl.
◦ Maak gebruik van studiehulpmiddelen: De Studiebijbel is een standaardwerk voor Bijbeluitleg in Nederland, dat diepgaande informatie biedt over de Griekse en Hebreeuwse woorden en hun context.
◦ “Plaats” de teksten: Leer de Bijbelboeken te categoriseren, niet alleen in het Oude en Nieuwe Testament, maar verder naar hun specifieke doelgroep en thema. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Israël, profetieën over Israël, of de brieven van Paulus aan de natiën [heidenen, niet Joden]. Dit helpt om te onderscheiden welke delen van de Schrift rechtstreeks voor jou bestemd zijn en welke niet. Het grootste deel van de Bijbel is gericht tot Israël. Dat betekent niet dat wij, heidenen, er wel van kunnen leren, maar dat die gedeelten niet direct tot ons gericht zijn.
◦ Vergelijk contexten: Wanneer je een specifiek woord tegenkomt, onderzoek dan alle contexten waarin het voorkomt om een volledig beeld van de betekenis te krijgen.
◦ Let op grammaticale vormen: De aorist [een Griekse werkwoordsvorm die een voltooide handeling beschrijft, een feit] wordt vaak onjuist vertaald, wat belangrijke informatie onthoudt. Dit is essentieel voor het begrijpen van Gods Woord.
De gevolgen van oppervlakkig lezen:
- Als je de Bijbel niet diepgaand bestudeert, loop je het risico op verkeerde interpretaties, het aannemen van dwaalleren, en het missen van de werkelijke betekenis van Gods Woord. Dit kan leiden tot een vertekend beeld van God en onnodige vertwijfeling.
- Het doel van onderzoek: Het uiteindelijke doel is om Gods Woord nauwkeurig te begrijpen, een juist beeld van God te krijgen, je denken en daden af te stemmen op Zijn wil, en te groeien in geloof en kennis. Gods Woord wordt beschreven als een liefdesbrief die met hartstocht en aandacht moet worden bestudeerd om elke nuance en boodschap te doorgronden.
Kortom, het is sterk aanbevolen om de Bijbel niet alleen te lezen, maar actief en kritisch te bestuderen, teruggaand naar de oorspronkelijke teksten en gebruikmakend van betrouwbare hulpmiddelen, om zo de diepte en de waarheid van Gods boodschap volledig te kunnen vatten.
Praktisch:
Verleden week was ik op bezoek bij een broeder.
Hij vroeg aan mij: ‘Wat betekent nu eigenlijk: ‘Zalig zijn de armen van geest’? Dat heb ik altijd al graag willen weten.’
Ik zeg tegen hem: “Ik zou het niet weten, broeder”. Dat zeg ik meestal tegen vraagstellers.
Waarom? Omdat je met een snelle uitspraak zó mis kunt gaan. Daarom raadpleeg ik bij twijfel over een woord of zin altijd eerst de Griekse grondtekst van de Schrift.
Stelregel: eerst grondtekst, dán conclusies.
Praktisch mini-stappenplan bij twijfel:
- Griekse vorm & naamval/werkwoordsvorm checken
- Directe context en parallelteksten lezen
- Concordantie/woordenboek (Strong e.a.) raadplegen
- Vertalingen vergelijken (NBG, SV, HSV, etc.)
- Pas daarna formuleren.
‘Ja,’ zei mijn broeder toen, ‘maar nu even serieus: hoe kom ik achter de betekenis van: ‘Zalig zijn de armen van geest?’
Dat doen we als volgt.
Allereerst: waar staat die tekst? Mattheüs 5:3.
In de NBG-vertaling lezen we: “Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.”
Het gaat hier dus om het eerste deel van dit vers: “Zalig de armen van geest…” Let erop: zonder het woordje “zijn.”
In de Statenvertaling staat: “Zalig zijn de armen van geest” — waarbij het woordje “zijn” schuin gedrukt is om aan te geven dat dit woord niet in het Grieks voorkomt.
Hoe kom je nu achter de betekenis van deze uitdrukking?
Er bestaat een waterdichte, wetenschappelijke methode, waarmee je zelf de Griekse tekst kunt bestuderen zonder dat je de Griekse taal beheerst.
De zogeheten ‘concordante methode’.
Wat is de eerste stap voor een zelfstandige bestudering van deze zin?
Allereerst zoek je de bewuste passage op in de Griekse tekst.
Studienotitie – Strongnummer 3107
. Grieks woord: makarioi
. Afgeleid van: makarios
. Vertaling: “gelukkig”, “zalig”
. Vorm: meervoud, mannelijk, nominatief
Studienotitie – Strongnummer 4151
-Grieks woord: pneumati
-Afgeleid van: pneuma
-Vertaling: “geest”; afhankelijk van context ook “levensadem”, “geestelijk wezen”, of “Heilige Geest”
-Vorm: enkelvoud, onzijdig, datief
En daar lees je: makarioi hoi ptōchoi tō pneumati. De tweede stap is dat je een concordantie raadpleegt.
Je kiest hiervoor bijvoorbeeld de woorddelen van de Studiebijbel. Of Strong’s Concordance.
Of je kijkt in het ISA computerprogramma.
Je ontdekt dan onder Strongnummer 3107 dat het woord makarioi is afgeleid van het trefwoord makarios. Je krijgt dan een overzicht hoe dit woord in de verschillende Schriftplaatsen door de NBG- vertalers vertaald is.
Studienotitie – Strongnummer 3107
Grieks woord: makarioi
Afgeleid van: makarios
Vertaling: “gelukkig”, “zalig”
Vorm: meervoud, mannelijk, nominatief
Dat overzicht begint met Mattheüs 11:6. En het eindigt met Titus 2:13.
Studienotitie – gebruik van makarios
Uitzonderingen in de NBG:
Hoewel de NBG-vrijwel altijd het woord makarios als “zalig” vertaalt, zijn er twee gevallen waarin dit anders gebeurt. Helaas geven de bronnen dit niet expliciet aan welke concrete passages het betreft. Wat we wel weten:
In andere vertalingen zoals de KJV wordt makarios vertaald als:
“blessed” → 44×
“happy” → 5×
“happier” → 1×
Vanuit dit perspectief zou het dus mogelijk zijn dat in de NBG-vertaling twee vertaalkeuzes iets afwijken van “zalig”, wellicht door contextmatige nuance of synoniemen als “gezegend” of “verheugd”.
Totaal aantal voorkomens [in verschillende vormen]: 50. Vertaling in de NBG: 48 keer: “zalig”
Twee keer: anders vertaald [varianten afhankelijk van de context] En 2 keer met ‘gelukkig’.
Eerst bekijken we dan de definities van de woorden ‘gelukkig’ en ‘zalig’. Volgens de ‘dikke’ Van Dale groot woordenboek der Nederlandse Taal [1992] is:
gelukkig – ‘geluk genietend, tevreden in het behaaglijke gevoel van bevredigde wensen’; [waarbij ‘geluk’ gedefinieerd wordt als: ‘het behaaglijk gevoel van iemand die al zijn wensen bevredigd ziet, en zich verheugt over de hem ten deel gevallen zegen, toestand van vervuldheid]
zalig – het eeuwige heil deelachtig worden; gered worden van het eeuwige verderf, zijn ziel redden; zedelijk gelukkig [heilzaam]; in de hoogste mate gelukkig; meisjes/vrouwentaal: in de hoogste mate aangenaam.
Nu vraag je je misschien af: “Betekent makarios nu ‘gelukkig’ of ‘zalig’?”
De Studiebijbel geeft aan: makarios betekent “gelukkig” in aardse zin en “zalig” in een geestelijke zin.
Maar let goed op: het gebruik van deze twee verschillende betekenissen — “gelukkig” en “zalig” — is eigenlijk geen vertalen, maar interpretatie.
Want dan moet je je bij elke zin opnieuw afvragen: “Is deze zin aards bedoeld of geestelijk?”
Een goed voorbeeld hiervan vind je in de twee passages, waarbij de Bijbelvertalers niet het gebruikelijke woord ‘zalig’ gebruikt hebben, maar het woord ‘gelukkig’.
Je vindt in Handelingen 26:2 dat Paulus zegt: ‘Ik heb mijzelf gelukkig geacht…’
De Bijbelvertalers kozen hier voor het woord ‘gelukkig’, en niet voor ‘zalig’, omdat er hier geen sprake is van een ‘religieuze setting’, ‘een geestelijke zin’.
Dit geldt ook voor de passage in 1 Kor 7:40 waarin Paulus over de ongehuwde vrouw schrijft. Ook hier is geen sprake van een ‘religieuze setting’, ‘een geestelijke zin’.
De Bijbelvertalers vertalen dan ook: ‘Toch is zij naar mijn mening gelukkiger…’
Wat is nu het concordante principe?
Dat een vertaalwoord in alle contexten moet passen.
In de passages van Handelingen 26 en 1 Korinthe 7 past het woord ‘zalig’ duidelijk niet.
Dan kun je je afvragen of het woord ‘zalig’ in de betekenis van ‘zedelijk gelukkig [wat dit ook moge betekenen…] en ‘in de hoogste mate gelukkig’ in de betreffende Schriftplaatsen niet gewoon met ‘gelukkig’ weergegeven kan worden.
Wanneer je het woord ‘gelukkig’ in de andere 48 passages plaatst, dan zul je zien dat dit perfect past, zonder ‘religieuze’ bijbetekenissen, zoals ‘het eeuwige heil deelachtig’, ‘zijn ziel redden’, etc.
Ik geef een paar voorbeelden:
Luc 10:23 Hij zei: Zalig [gelukkig] de ogen, die zien, wat gij ziet…
Joh 13:17 Indien gij dit weet, zalig [gelukkig] zijt gij, als gij het doet…
Joh 20:29 Zalig [gelukkig] zij, die niet gezien hebben en toch geloven…
Hand 20:23 het is zaliger [gelukkiger] te geven dan te ontvangen
Rom 4:8 Zalig [gelukkig] de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen
Rom 14:22 “Zalig [gelukkig] is hij, die zich geen verwijten maakt bij hetgeen hij goed acht.”
Daarom kiezen wij in het Nederlands voor het woord “gelukkig” als vertaling van makarios. En dan kom je bij 1 Timotheüs 1:11.
In 1 Timotheüs 1:11 lees je: to euangelion tou makariou theou — “het evangelie van de gelukkige God.” Niet: “de zalige God,” maar: “de gelukkige God.”
En in 1 Timotheüs 6:15 staat: ho makarios kai monos dunastēs — “de gelukkige en enige Heerser.”
Zo zie je dat het woord makarios ook rechtstreeks op God wordt toegepast: Hij is een gelukkige God. Dat klinkt ons in eerste instantie vreemd in de oren, want we kunnen ons nauwelijks voorstellen dat God gelukkig is. En toch staat dat zo in 1 Timotheüs 1:11. Wanneer je concordant vertaalt – dus een Grieks woord steeds met dezelfde Nederlandse betekenis weergeeft – ontdek je dat makarios “gelukkig” betekent, en kom je dus uit bij een gelukkige God. Een verrassende ontdekking!
We checken dus alles af aan de hand van de tekstverwijzingen. Dit noem je concordant Schriftonderzoek.
Wil je weten wat een woord betekent in het Grieks, dan moet je alle plaatsen opzoeken waar dit woord voorkomt. Je vergelijkt dan die betreffende plaatsen.
En dan weet je zeker dat een gegeven woord een bepaalde betekenis heeft.
De woordvorm makarioi komt 26 keer voor.
En wanneer je in al die gevallen het woordje “zalig” vervangt door “gelukkig”, krijg je een helder beeld van wat makarioi eigenlijk wil zeggen.
Daarom bestudeer je al die 26 verwijzingen naar makarioi.
En stel dat er één passage zou zijn waarin het woord “gelukkig” niet past, dan klopt die vertaling niet meer.
Begrijp je? Dát is het principe van concordant vertalen.
Als je bijvoorbeeld ontdekt dat makarioi 25 keer “gelukkig” betekent, maar de 26e keer “ongelukkig”, dan is “gelukkig” niet de juiste weergave.
Het woord moet namelijk in álle gevallen dezelfde betekenis dragen.
Kort gezegd: makarioi moet altijd “gelukkig” zijn. Dat is het principe van concordant vertalen.
Maar wat moet ik dan denken van Handelingen 26:20? Moet ik dat vertalen met: “Ik prijs mijzelf zalig…”? Wat moet ik me daar dan bij voorstellen? Dat ik mijzelf het eeuwige heil toeschrijf? Dat ik meen van het verderf gered te zijn? Dat ik mij zedelijk gelukkig voel [wat dat ook mag betekenen]? Of dat ik gelukkig ben in een zogenaamd geestelijke betekenis? Dat lijkt mij niet aannemelijk.
Dus kiezen we nu voor makarioi als het mannelijk meervoud van “gelukkig”: “gelukkigen.”
Vervolgens gaan we naar de volgende woorden: hoi ptōchoi. We volgen weer hetzelfde procedé.
Eerst raadpleeg je de Studiebijbel, Strong’s Concordance of het ISA-programma.
Daar vind je onder Strongnummer 4434: ptōchos, wat “arm” betekent in de zin van: het ontbreken van middelen van bestaan, niets hebbend, behoeftig.
Je verzamelt eerst de tekstverwijzingen en zoekt vervolgens alle passages op. Daarna vergelijk je ze met elkaar.
Zo zie je dat het woord ptōchos 34 keer voorkomt:
3 keer vertaald met “bedelaar(s)”
1 keer met “armelijke”
30 keer met “arm”, “arme” of “armen”
En dan kom je bijvoorbeeld bij 2 Korintiërs 6:10.
Daar lees je: hōs ptōchoi, pollous de ploutizontes.
In de NBG-vertaling: “als arm, maar velen rijk makend.”
Dit vers is een goed voorbeeld om de betekenis van een woord vast te stellen, omdat hier duidelijk de tegenstelling arm – rijk wordt gebruikt. In deze passage uit 2 Korintiërs zie je dus goed dat het woord “arm” een juiste vertaling is van ptōchos.
Let even op: ptwcoi in 2 Korintiërs 6:10 is meervoud. Dus: ‘armen’.
Paulus spreekt hier in 2 Korintiërs 6:10 niet alleen over zichzelf, maar ook over een aantal andere mensen.
Waarschijnlijk spreekt hij over zijn medewerkers, waaronder Timotheüs, die in de aanhef van deze brief genoemd wordt.
Dus de vertaling ‘arm’ in 2 Korintiërs 6:10 is niet zo goed gekozen door het NBG, het had moeten zijn: ‘als armen’ [meervoud].
Dus nu hebben we: makarioi hoi ptōchoi – “gelukkigen (zijn) de armen…”
Maar het gaat hier niet om ‘gewone’ armen. Het zijn “armen tō pneumati.”
Het woord tō pneumati staat in de 3e naamval enkelvoud van to pneuma, “de geest.”
Wanneer je dit woord opzoekt in de Studiebijbel, Strong’s Concordance of het ISA-programma, vind je onder Strongnummer 4151 een groot aantal verwijzingen, namelijk 379.
Volgens de Studiebijbel betekent pneuma:
① het waaien, het blazen, luchtstroom, wind
②het ademen, ademtocht,
③levensadem, levensgeest
④“geest”,
⑤ “geest”, d.i. geestelijk wezen,
⑥[de] Heilige Geest.
Even een klein uitstapje,
omdat “geest” een buitengewoon lastig onderwerp is in Gods Woord.
De betekenis ① “wind” voor pneuma komt slechts twee keer in onze Bijbelvertaling voor: in Johannes 3:8 en Hebreeën 1:7.
Het probleem is echter dat het Nederlandse woord “wind” normaal gesproken de vertaling is van het Griekse woord anemos.
Daarom kan pneuma eigenlijk niet met “wind” worden weergegeven, want “wind” is anemos.
Wanneer één Nederlands woord wordt gebruikt voor twee verschillende Griekse woorden, ontstaat spraakverwarring.
Een paar kleine punten:
In het Grieks hoort er een h-klank voor de oi (dus hoi i.p.v. oi), omdat het lidwoord een ruwe ademhalingsteken heeft.
ptōchoi schrijf je met een lange ō (ω).
1. De uitdrukking hoi ptōchoi tō pneumati
= letterlijk: “de armen in de geest” (Mattheüs 5:3). hoi ptōchoi = “de armen / behoeftigen” (meervoud, nominatief).
tō pneumati = datief enkelvoud van to pneuma (“de geest”).
2. De functie van de datief
De datief in het Grieks heeft verschillende mogelijke functies. Hier kan ze o.a. aangeven:
sfeer of sfeergebied: “arm wat betreft de geest” → dus: innerlijk arm.
instrument of middel: “arm door de geest.”
wijze of gesteldheid: “arm in geest.”
Vrij vertaald komt dit neer op: “armen van geest” of “armen in geest.”
3. Betekenis
De uitdrukking duidt dus niet op materiële armoede, maar op een innerlijke houding:
iemand die zich bewust is van zijn geestelijke leegte of afhankelijkheid van God;
iemand die beseft dat hij uit zichzelf niets heeft om zich op voor te laten staan.
4. Vergelijking met andere vertalingen
NBV21: “gelukkig wie nederig van hart zijn”
HSV: “zalig zijn de armen van geest”
Statenvertaling: “Zalig zijn de armen van geest”
Al deze vertalingen proberen de nuance van de datief tō pneumati weer te geven: het gaat om een innerlijke gesteldheid, niet om uiterlijke armoede.
Ook de betekenissen ② en ③, “adem” en “ademtocht”, zijn niet de beste vertalingen voor pneuma.
Het Nederlandse woord “adem” wordt namelijk gebruikt voor een verwant Grieks woord: pnoē.
Wat overblijft zijn:
④ geest – de menselijke geest
⑤ geest – een geestelijk wezen
⑥ de Geest – waarmee de Heilige Geest wordt bedoeld
Het moge duidelijk zijn dat betekenis ⑥, “de Geest” met hoofdletter, al een interpretatie is.
Daarom is het, het beste om pneuma standaard met “geest” te vertalen, en pas conclusies te trekken nadat je alle Schriftplaatsen met het woord pneuma uitvoerig hebt bestudeerd.
‘Geest’ is dus een buitengewoon lastig onderwerp in Gods Woord.
Toch kunnen we proberen te begrijpen wat tō pneumati betekent in de uitdrukking: hoi ptōchoi tō pneumati.
Laat ik je nu eerst laten zien wat tō pneumati níet is. Dat is belangrijk, want zo eenvoudig liggen de zaken niet.
Mijn broeder heeft zich met zijn vraag nogal wat op de hals gehaald.
Wij zeggen, met onze NBG-vertaling: “zalig (zijn) de armen van geest.”
De Bijbelvertalers geven tō pneumati dus weer met “van geest.”
Maar dat is niet juist.
Want dan zou er moeten staan: hoi ptōchoi tou pneumatos — “de armen van de geest” (2e naamval),
of: hoi ptōchoi pneumatos — “de armen van geest” (2e naamval).
De tweede naamval [“van-”] duidt op bron of bezit.
Bijvoorbeeld in Romeinen 8:27: to phronēma tou pneumatos — “de gezindheid van de geest.”
In deze passage wordt dus gezegd dat de geest een gezindheid heeft.
Maar hoi ptōchoi tō pneumati staat niet in de tweede naamval, maar in de derde naamval.
En de derde naamval geeft een plaats- of sfeerbepaling aan [beantwoordt de vraag: waar?].
Vraag van mijn broeder: “Het antwoord heeft dus met naamvallen te maken?”
Antwoord: “Inderdaad, daar hangt alles mee samen”.
Dat zie je ook in Mattheüs 5:8.
Daar staat: makarioi hoi katharoi tē kardia.
In de NBG-vertaling lezen we: “zalig de reinen van hart.”
Maar dat staat er niet, want tē kardia staat in de derde naamval.
“Reinen van hart” zou in het Grieks moeten luiden: hoi katharoi tēs kardias [2e naamval] of katharoi kardias [2e naamval].
Zo zie je dat, wanneer je het Grieks heel nauwkeurig volgt, de zaken vaak anders liggen dan hoe ze in de vertaling worden weergegeven.
Wat betekent hoi ptōchoi tō pneumati dan wél?
Dat is natuurlijk de grote vraag.
En je wilt het nog steeds weten, broeder?
Ja, om te begrijpen wat de uitdrukking tō pneumati betekent, moet je die uitdrukking grondig bestuderen.
Dat betekent: alle plaatsen in Gods Woord opzoeken waar tō pneumati voorkomt.
Pas dan kun je vaststellen wat tō pneumati inhoudt.
De vorm pneumati komt in het Nieuwe Testament 93 keer voor.
Wees gerust: we beperken ons hier tot de uitdrukking tō pneumati.
De uitdrukking tō pneumati komt 25 keer voor. Al die passages moet je dus uitwerken.
Wat een klus, hè?
Tō pneumati wordt in de vertalingen op verschillende manieren weergegeven.
Dat zul je merken wanneer je dit gaat bestuderen.
Dan zie je ook hoe de NBG deze uitdrukking vertaald heeft.
Dan kom je bijvoorbeeld in 2 Thessalonicenzen 2:8 het volgende tegen.
In het Grieks staat: analōsei tō pneumati tou stomatos autou.
De NBG vertaalt dit met: “zal doden door de adem zijns monds.”
Maar dat staat er niet letterlijk. Er staat dat de Christus hem zal doden in/met de pneumati — de geest van zijn mond — en dus niet door de adem van zijn mond.
Hier zie je hoe belangrijk de derde naamval [tō pneumati] is:
de datief kan namelijk een sfeer of middel aanduiden. Het gaat dus niet om een “ademtocht” [pnoē], maar om de kracht of werking van de geest die uit Christus’ mond komt.
Stel nu eens dat pneuma wél “adem” zou betekenen…
Dan moet je consequent zijn en ook alle andere passages waar pneuma voorkomt met “adem” vertalen, nietwaar?
Alleen dán werk je concordant.
Je zet dus alle woorden die in het Nieuwe Testament met pneumati verbonden worden onder elkaar.
En dan blijkt dat er maar één verwijzing is die overeenkomt met makarioi hoi ptōchoi tō pneumati:
Romeinen 12:11 – tō pneumati zeontes [letterlijk: “vurend in geest”]
Hier zie je dat tō pneumati opnieuw een sfeer of gesteldheid aanduidt: niet “in de adem brandend”, maar “vurig van geest.” Dit bevestigt dat pneuma hier niet “adem” kan betekenen, maar “geest.”
En dat brengt ons bij Handelingen 20:22, waar Paulus zegt:
idou egō dedemenos tō pneumati poreuomai eis Ierousalēm
De NBG vertaalt dit met: “En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem.”
Concordant vertaald luidt het echter: “gebonden in de geest.”
Hier vinden we dus een uitdrukking die overeenkomt met makarioi hoi ptōchoi tō pneumati.
We hebben nu twee vergelijkbare vormen:
- de “armen” tō pneumati
- en het “gebonden zijn” tō pneumati
Daarmee blijft er in feite maar één sleuteltekst over die helpt om de betekenis van hoi ptōchoi tō pneumati te bepalen: Handelingen 20:22, waar Paulus zegt dedemenos tō pneumati — “gebonden in de geest.”
Dus, broeder, ik leg de vraag gewoon weer bij je terug. Oordeel zelf.
Je hebt nu al het materiaal dat je nodig hebt om die zin te begrijpen. Daarom zeg ik ook niet wat het antwoord is.
Misschien dat ik, de volgende keer dat ik bij je kom, het antwoord van jou mag horen — nadat je het materiaal zelf hebt bestudeerd.
Zo werkt het dus: zó bestudeer je Gods Woord.
Dat noem ik: nederig buigen voor Gods Woord en erkennen dat wij nog maar aan het begin staan van de kennis ervan — laat staan van het begrijpen ervan.
Natuurlijk kan het zijn dat je zegt: “Dat is mij allemaal veel te veel werk” of: “Ik vind het te moeilijk, ik heb wel andere dingen aan mijn hoofd.”
Dat is je goed recht. Je hoeft je ook niet op deze manier met Gods Woord bezig te houden; het is geen móeten.
Maar het gevaar is wel dat, als je het niet doet, iedere wijsneus je de grootste onzin over God kan wijsmaken.
En dat meen ik uit de grond van mijn hart, helaas ben ik ‘ervaringsdeskundige’.
Misschien zeg je wel: “Ach, iedereen heeft zo zijn eigen opvatting over de Bijbel. Gooi het allemaal maar in mijn pet. Ik zeg gewoon: als je maar goed leeft.”
Nou, dat mag je zeggen, prima. Maar besef wel: op die manier zul je nooit werkelijk ontdekken wat Gods gedachten zijn. Je zult altijd het gevoel houden dat je iets over het hoofd ziet — dat het allemaal toch niet helemaal klopt.
En daarom klampen veel mensen zich vast aan voorgangers en predikanten, niet beseffend dat ook zij vaak niet precies weten wat Gods gedachten zijn — tenzij zij het Grieks grondig en uitputtend hebben bestudeerd.
Want wie in Gods Woord goud, zilver en kostbare stenen wil vinden, moet bereid zijn hard te werken. Urenlang bezig zijn met de Schriften: ploeteren, zwoegen, graven.
Misschien ken je 2 Korintiërs 9:9.
In onze NBG-vertaling staat: “Hij heeft uitgedeeld, aan de armen gegeven.”
Nu zou je, zoals we eerder gezien hebben, verwachten dat daar een vorm van het woord ptōchos staat.
Maar — zoals je wellicht al vermoedde — dat is hier niet het geval.
Er staat: tois penēsin [dat is een datief meervoud van penēs] — letterlijk: aan de ploeteraars, aan de zwoegers.
God geeft de rijkdommen van Zijn Woord dus aan de zwoegers:
Aan hen die dagenlang vele “kubieke meters Bijbelgrond” zeven om één enkel goudkorreltje te vinden.