DE DOOD – EINDE OF DOORGANG?
Deel 11 – Wanneer ontvangt de mens onsterfelijkheid?
Hoofdtekst
Een van de meest fundamentele vragen in verband met dood en opstanding is deze:
Is de mens al onsterfelijk — of ontvangt hij onsterfelijkheid pas later?
Veel mensen geloven dat de mens een onsterfelijke ziel bezit.
Maar wat zegt de Schrift?
De apostel Paulus is hier opvallend duidelijk over.
Hij schrijft over de toekomst:
“Zie, ik vertel u een geheimenis: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin.
Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.”
— 1 Korinthe 15:51-53
Let op deze woorden:
dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.
Niet: dit onsterfelijke keert terug naar God.
Maar: dit sterfelijke ontvangt onsterfelijkheid.
De mens is dus sterfelijk.
Onsterfelijkheid is geen bezit.
Het is een gave.
Alleen God is van nature onsterfelijk
De Schrift zegt expliciet:
“De Koning der koningen en Heere der heren,
Die als enige onsterfelijkheid bezit
en een ontoegankelijk licht bewoont.” — 1 Timotheüs 6:15-16
Hier staat:
God alleen bezit onsterfelijkheid.
Niet de mens. - Niet de ziel. - Alleen God.
Dit betekent dat de mens niet van nature onsterfelijk is.
Onsterfelijkheid is verbonden aan opstanding
Paulus beschrijft het moment waarop gelovigen onsterfelijkheid ontvangen:
“Want de Heer Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel.
En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.
Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden.”
— 1 Thessalonicenzen 4:16-17
En opnieuw:
“Dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden.” — 1 Korinthe 15:53
Onsterfelijkheid wordt ontvangen: bij de opstanding of bij de verandering van de levenden.
Niet bij de dood.
Christus is de eerste die onsterfelijkheid ontving
Paulus noemt Christus:
“Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.”
— 1 Korinthe 15:20
Christus was de eerste.
Daarna volgen anderen.
Dit bevestigt opnieuw de volgorde.
Niet iedereen bezit al onsterfelijkheid.
Onsterfelijkheid wordt ontvangen in Gods plan.
Onsterfelijkheid is onderdeel van Gods einddoel
Paulus beschrijft het uiteindelijke moment:
“Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” — 1 Korinthe 15:22
En uiteindelijk:
“De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.” — 1 Korinthe 15:26
Wanneer de dood verdwijnt, blijft alleen leven over.
Onsterfelijk leven.
Dit verandert ons begrip van de dood
Als de mens al onsterfelijk was, zou opstanding niet nodig zijn.
Maar de Schrift leert: De mens is sterfelijk.
De mens sterft werkelijk.
En God geeft leven.
God geeft onsterfelijkheid.
Waarom dit belangrijk is
Dit inzicht brengt ons terug bij de kern van het Evangelie.
De hoop van de mens ligt niet in een onsterfelijke ziel.
Maar in Gods belofte van opstanding.
Onsterfelijkheid is geen menselijke eigenschap.
Het is een goddelijke gave.
Samenvatting
De Schrift leert:
De mens is sterfelijk.
Alleen God bezit onsterfelijkheid.
Onsterfelijkheid wordt ontvangen bij opstanding.
Christus is de eerste die dit ontving.
De dood zal uiteindelijk verdwijnen.
Doordenkvraag
Als onsterfelijkheid een gave van God is — wat betekent dat voor uw begrip van redding?
Als bijlage een aantal pagina’s uit mijn boek
❺ De dood wordt uitgeschakeld
2Timotheüs 1:10 ... onze Redder, Christus Jezus, die de dood teniet doet en onvergankelijk leven aan het licht brengt door het evangelie.
In het sublieme hoofdstuk over de triomf van het Leven, 1 Korinthe 15:22-28, legt Paulus uit dat Zoals alle mensen in Adam sterfelijk zijn – wat betekent dat zij sterven omdat zij deel uitmaken van de menselijke natuur die vergankelijk is – zo zullen in Christus alle mensen worden levendgemaakt, omdat zij door Hem deel krijgen aan het eeuwige-aionisch leven dat Hij brengt. Dit gebeurt weliswaar in een bepaalde volgorde, ieder in zijn eigen rangorde, zoals beschreven in 1 Korinthe 15:23, waar Christus de Eersteling is, gevolgd door degenen die bij Zijn komst tot leven komen. Uiteindelijk zal echter niemand worden uitgesloten. Zolang niet alle mensen zijn levendgemaakt, zoals de Eersteling Christus, is de dood niet volledig tenietgedaan of afgeschaft.
Eén van de grootste misvattingen die ik ooit moest leren, is het idee van een 'eeuwige dood', waarin een groot deel van de mensheid geacht wordt te blijven. Dit staat haaks op de onvoorwaardelijke blijde boodschap van de Schrift, die ronduit verklaart dat de dood de laatste vijand is die zal worden uitgeschakeld, afgeschaft. Het idee van een 'eeuwige dood' is wijdverspreid door eeuwenlange interpretaties die nadruk leggen op straf en oordeel, vaak voortkomend uit middeleeuwse theologie en angstcultuur. Dit staat echter in contrast met de blijde boodschap van de Schrift, die hoop en verlossing biedt aan alle mensen. Alleen dán kan God alles in allen worden – dat wil zeggen, alles in allen die in Adam sterfelijk zijn, dus alle mensen. Dit betekent praktisch dat Gods aanwezigheid en heerschappij volledig en direct ervaren zullen worden door iedereen. Elk aspect van het bestaan wordt dan vervuld door Zijn liefde, gerechtigheid en leven, zonder enige verdeeldheid of tegenstand.
Zoals nu al het leven wordt verzwolgen door de dood, zo zal uiteindelijk alle dood worden verzwolgen door het Leven! Dit beeld benadrukt de totale overwinning van het Leven op de dood, waarin alles wat sterfelijk en vergankelijk is plaatsmaakt voor onsterfelijkheid en eeuwig-aionisch leven. Het verwijst naar een toekomst waarin geen dood, verdriet of verlies meer bestaat, en het Leven in zijn volheid alle ruimte inneemt. Of anders gezegd: zoals de dood nu alles levend opslokt, zo zal ooit het Leven de dood volledig verslinden.
Efeziërs 3:11 11Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere;
SW 11 overeenkomstig het voornemen van de aionen dat Hij maakt in Christus Jezus, onze Heer
Hier is sprake van ‘het eeuwenoude plan’ [NBV] of ‘het eeuwig[e] voornemen’ [NBG en SV] dat God in Christus heeft gemaakt. In werkelijkheid staat daar in de grondtekst: Prothesin ton aionen - vertaald is dat: het plan van de aionen [eeuwen]. Aanvankelijk dacht ik bij het woord eeuw aan een periode van honderd jaar, maar dat hoeft het woord niet persé te betekenen. Denk bijvoorbeeld aan ‘De Gouden Eeuw.’
God heeft een plan opgesteld voor Zijn schepping, waarin Hij Zichzelf geleidelijk aan Zijn schepselen onthult. Dit plan omvat verschillende aionen [eeuwen], elk met een unieke wereldorde die van toepassing is en functioneert. Het begrip aion verwijst niet alleen naar een tijdperk, maar ook naar een stroming – de specifieke loop der dingen, de heersende gang van zaken, of de geest van de tijd [tijdgeest].
Zelfs de vertaling van aion als "wereld" kan zinvol zijn, mits ik denk aan termen zoals de sportwereld, de muziekwereld, of de modewereld. Elk van deze werelden heeft zijn eigen kenmerken, rituelen en wetten. Op een soortgelijke manier vertegenwoordigt een aion een door God bepaald tijdperk met een eigen orde.
Een aion kan het best worden omschreven als een [lang] tijdperk dat door God is ingesteld, waarin een specifieke orde geldt en waarin een unieke beweging of stroming wordt voortgebracht die alleen voor dat tijdperk relevant is.
Het aionische [eeuwige] leven begint niet onmiddellijk na mijn sterven. Ik ga niet direct naar de hemel of de hel, zoals vaak wordt beweerd. Dit idee is een verzinsel van verschillende kerkvaders, bedoeld om gehoorzaamheid af te dwingen door middel van angst. Volgens de Schrift ben ik na mijn overlijden eenvoudigweg dood, zonder enig bewustzijn. Zoals Jesaja 38:18 zegt: "Want het graf zal U niet loven, de dood zal U niet prijzen; die in de kuil neerdalen, zullen op Uw waarheid niet hopen." Ook Prediker 9:5 en 9:10 bevestigen dit: de doden weten niets en hebben geen deel meer aan wat onder de zon gebeurt.
Als overledene zal ik rusten in het graf, wat betekent dat ik me in een toestand van onbewustheid en vrede bevind, wachtend op het moment van de opstanding. Deze rust symboliseert een fase waarin ik niets waarneemt, totdat Christus zijn stem doet horen om mij tot leven te wekken. Dit zal plaatsvinden wanneer het Koninkrijk der Hemelen op aarde wordt geopenbaard, na het einde van de huidige zogenoemde genadetijd. ‘..want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn [Christus] stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.’ - Johannes 5:28,29 NBG. Zie ook Daniël 12:2; Handelingen 24:15.
De bovenstaande passage heeft niet betrekking op het oordeel bij de grote witte troon, na het zogenoemde duizendjarig rijk. Deze verzen gaan over het Koninkrijk der Hemelen op aarde, een tijdperk waarin mensen geoordeeld, gericht, bestuurd en onderwezen zullen worden.
Met het Koninkrijk der Hemelen wordt niet verwezen naar de hemel, de Kerkgeschiedenis of het duizendjarig rijk. Deze uitsluitingen zijn belangrijk omdat zij benadrukken dat het Koninkrijk der Hemelen een uniek en onafhankelijk concept is dat zich richt op de directe, zichtbare heerschappij van God op aarde, los van eerdere of toekomstige tijdperken zoals vaak wordt aangenomen. Het woord "koninkrijk" is de vertaling van het Griekse Basileia, wat ook kan worden vertaald als "soevereiniteit," "autoriteit," "heerschappij" of "koninklijke macht." Deze alternatieve vertalingen zijn relevant omdat ze de veelzijdigheid van het concept benadrukken. Ze laten zien dat het niet slechts gaat om een fysiek gebied, maar ook om de aard van het gezag en de invloed die wordt uitgeoefend. Dit verrijkt het begrip van 'koninkrijk' door te wijzen op de dynamiek van Goddelijke macht en bestuur, die zowel innerlijk als zichtbaar wordt uitgeoefend. Het betreft een waarneembare heerschappij van de hemelen over de aarde, een tijd waarin de hemelse autoriteit zich zichtbaar manifesteert op aarde.
Deze heerschappij vindt plaats vóór de grote verdrukking, de wederkomst en het duizendjarig rijk. Het Koninkrijk der Hemelen verwijst niet naar een specifiek geografisch gebied, maar naar een innerlijke gesteldheid van het hart en de geest. Deze innerlijke gesteldheid manifesteert zich in het dagelijks leven door daden van liefde, gerechtigheid en nederigheid. Het beïnvloedt hoe mensen omgaan met elkaar en met de wereld, doordat ze leven vanuit een diep bewustzijn van Gods leiding en waarden. Het gaat om een verandering in de geestelijke oriëntatie van de mensheid onder de leiding van Goddelijke soevereiniteit.
Zolang niet alle mensen zijn levendgemaakt, zoals de Eersteling Christus, is de dood niet volledig tenietgedaan of afgeschaft.
-
Het Koninkrijk van God komt als eerste
Tijdens een forumavond van een Bijbelschool bleek dat veel mensen geloven dat God geen specifieke plannen heeft voor deze aarde, behalve om haar uiteindelijk in brand te steken. Deze opvatting lijkt voort te komen uit interpretaties van teksten zoals 2 Petrus 3:10, waarin gesproken wordt over de aarde die met vuur wordt verwoest. Echter, een bredere lezing van de Schrift onthult dat dit vuur bedoeld is voor zuivering en vernieuwing, niet voor definitieve vernietiging. Dergelijke gedachten komen volgens mijn inzichten voort uit een gebrek aan kennis over Gods geopenbaarde plannen voor deze aarde en de natiën die daarop wonen.
De Bijbel geeft echter meerdere puzzelstukjes die samen een rijk beeld vormen van Gods bedoeling met de aarde. Deze puzzelstukjes omvatten profetieën zoals Jesaja 2:1-5, waarin wordt gesproken over een tijd van wereldwijde vrede en gerechtigheid, en Psalm 103:19, die Gods soevereiniteit over de hele schepping bevestigt. Door dergelijke teksten samen te voegen, ontstaat een holistisch beeld van herstel, vernieuwing en de vervulling van Zijn plannen voor de aarde. In plaats van vernietiging, wijzen de Schriftgedeelten op herstel, vernieuwing en een toekomstige rol voor de aarde binnen Zijn plan. Het is belangrijk om deze puzzelstukjes zorgvuldig te onderzoeken om een compleet en Bijbels gefundeerd begrip te krijgen van wat God voor de aarde heeft voorzien.
Jesaja 2:1-5 1Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem. 2En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem. 4En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 5Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des Heren.
Als mijn studie genoten Jesaja 2:1-5 nauwkeurig zouden lezen, zouden ze daar Gods programma ontdekken voor het volk Israël en voor de andere volkeren op aarde. En als ze dan vragen “Hoe zal dit alles dan gaan?”, laat ik hen de Psalmen 22:28,29; 46:7-11; 66:3,4 NBV; 67:2-8 lezen en ze zullen de antwoorden vinden.
Mijn mede studenten verwezen al deze profetieën naar het ‘Duizendjarig Rijk’ en beweerden dat deze vervuld zullen worden na de tweede komst van Jezus Christus. Deze interpretatie is populair omdat het aansluit bij de traditionele bedelingenleer, die een duidelijke scheiding maakt tussen de huidige tijd en het Duizendjarig Rijk. Het biedt een gestructureerd tijdsframe waarin toekomstige gebeurtenissen plaatsvinden, wat voor veel gelovigen overzichtelijk en hoopvol is.
Dit is onmogelijk, want als deze profetieën niet worden vervuld voordat Hij terugkomt, verlopen ze gewoon. Wanneer Jezus Christus terugkomt, zal Hij gericht [recht zetten] uitoefenen over allen die God niet erkennen en ongehoorzaam zijn aan het evangelie van Jezus Christus [2Tessalonicenzen 1:8]. Als Hij nu terug zou komen zouden er helemaal geen volkeren overblijven op aarde voor wie deze profetieën in vervulling zouden kunnen gaan, dus dat ze gesproken zijn voor na het duizendjarig rijk is onmogelijk.
De eerste fase van Goddelijk bestuur is voor de terugkeer van Jezus
Jezus Christus zal nooit de troon van de Vader verlaten totdat, door een proces van Goddelijk bestuur, Zijn vijanden volledig zijn gemaakt tot Zijn voetenbank [1 Korintiërs 15:25; Hebreeën 1:13]. De eerste grote fase van dit Goddelijk bestuur zal plaatsvinden vóór de terugkeer van Jezus Christus. Deze fase omvat een periode waarin Gods heerschappij duidelijk zichtbaar zal worden op aarde, gekenmerkt door een toename van gerechtigheid, vrede en gehoorzaamheid aan Zijn wetten. Het onderscheidt zich van andere fasen door de nadruk op voorbereidende veranderingen die het pad effenen voor de uiteindelijke komst van Christus en de vervulling van alle profetieën.
Deze fase wordt vaak aangeduid als het pre-duizendjarige koninkrijk. Het is gebaseerd op Gods spreken vanuit de hemel en de vestiging van Zijn soevereiniteit over de aarde en al haar bewoners. Tijdens deze periode zal Gods heerschappij zichtbaar en voelbaar worden, als voorbereiding op de uiteindelijke terugkeer van Christus en het duizendjarig rijk.
De tweede grote fase komt na Zijn terugkeer.
Dit is het koninkrijk dat het Duizendjarig Rijk genoemd wordt. Mijn mede studenten wisten niets van het pre-duizendjarige koninkrijk. Zij laten alle toekomstige gebeurtenissen beginnen bij de tweede komst van Jezus Christus. Ze plaatsen elke belofte van toekomstige zegen in het Duizendjarig Rijk. Hierdoor wissen zij het pre-duizendjarige koninkrijk gewoon uit en ze verliezen de zalige hoop van Goddelijk ingrijpen, die de hele loop van de aardse geschiedenis zal veranderen.
Ik zie dat het Woord van God een lange periode voorzegt van geopenbaarde, Goddelijke heerschappij vóór de tweede komst van de Heer Jezus Christus. Tijdens het genoemde forum werd gesteld dat de Heer zou terugkomen om Zijn koninkrijk te vestigen, maar dit is een misvatting.
God heeft Zijn troon, de zetel van Zijn regering, al gevestigd in de hemelen. Deze gevestigde troon vormt de basis voor Zijn universele soevereiniteit, maar het betekent niet dat Zijn heerschappij beperkt blijft tot de hemel. Het wijst vooruit naar een tijd waarin Christus als bemiddelaar deze hemelse regering zal uitbreiden naar de aarde, waar Hij zichtbaar en direct zal regeren als Koning der koningen. Vanaf deze plaats zal Jezus Christus regeren als Koning der aarde. Zoals Psalm 103:19 zegt: "JAHWEH heeft Zijn troon gevestigd in de hemelen, en Zijn koninkrijk heerst over alles”.
"Lucas 17:20,21 20 En gevraagd zijnde door de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.21En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen u.
Heel vaak heb ik de volgende uitleg gehoord over deze tekst:
Wie vraagt wanneer het Koninkrijk van God zal komen, krijgt als antwoord: "Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. En men zal niet zeggen: Zie hier, of zie daar!" [Lucas 17:20-21]. Om dit goed te begrijpen, is het essentieel om het Bijbelgedeelte in zijn context te plaatsen en het ‘recht te snijden’.
Deze uitspraak van de Heer Jezus was bedoeld om een dwaling van de Farizeeën en hun tijdgenoten te corrigeren. Zij hadden een verkeerde verwachting van het Koninkrijk van God, gebaseerd op aardse, politieke en materiële voorstellingen. Maar Jezus maakte duidelijk dat het Koninkrijk van God er heel anders uitziet dan zij zich voorstelden. Van hun aardsgezinde verwachtingen zou niets terechtkomen.
De Heer verklaarde waarom: "Want het Koninkrijk van God is binnen in u." Het Koninkrijk van God is een geestelijk rijk. Het bestaat nú al, en het is gevestigd in de harten van mensen. Het komt niet op een waarneembare wijze, omdat het geen aards koninkrijk is. Het Koninkrijk bevindt zich daar waar God heerst in de gedachten en gevoelens van mensen. Het is zichtbaar in de innerlijke gehoorzaamheid en toewijding aan Zijn heerschappij.