Inleiding

Bidden is één van de meest bekende onderdelen van het christelijk leven. Voor veel mensen is het zo vertrouwd, dat het haast vanzelfsprekend lijkt. We bidden vóór het eten, we bidden in de kerk, we bidden bij nood, en soms bidden we gewoon omdat het “zo hoort”.

Maar zodra je er eerlijk en kritisch naar kijkt, komen er vragen boven. Waarom zouden we eigenlijk bidden? Is ons gebed nieuw voor God? Moeten wij Hem informeren over wat er speelt in ons leven? En als God alles wijs bestuurt, waarom zouden wij Hem dan advies geven?

Tegelijk laat de Bijbel ook gebeden zien die indrukwekkend lijken in hun uitwerking. Gebeden die “iets doen”. Gebeden die samenhangen met verhoring, verandering en doorbraak. Dat maakt bidden soms ook spannend en zelfs verwarrend: hoe verhoudt gebed zich tot Gods plan? Verandert ons gebed God, of verandert het vooral onszelf?

In deze studie wil ik de Bijbel laten spreken. Niet om een methode te presenteren waarmee succes gegarandeerd is, maar om te ontdekken wat gebed werkelijk is: een leven in afhankelijkheid, een houding van het hart, en een vorm van samenwerking met God door de Heilige Geest. Daarbij kijken we naar de woorden van Jezus over gebed, naar het krachtige gebed van Elia, en naar de rode draad in Paulus’ gebeden: dankzegging, vrijmoedigheid en het meebewegen met Gods plan.

Uiteindelijk brengt dit alles ons bij een eenvoudige, maar diepe conclusie: bidden is niet het sturen van God, maar het afstemmen op God. Of in de woorden van Jezus: “Uw wil

Bidden en verhoring

  1. Handen samen, ogen dicht?
  2. Waarom zouden we bidden?
  3. Is ons gebed nieuw voor God?
  4. God verandert niet
  5. Laat God Zich dan niet verbidden?
  6. God is een goede Vader
  7. Wat is bidden eigenlijk? (proseuchē)
  8. God luistert naar iedereen
  9. En verder dan?
  10. Jezus over gebed
  11. Ze hebben hun loon reeds
  12. Wij weten (niet)
  13. In al onze behoeften
  14. Boven bidden en denken
  15. Bidden voor…
  16. Sleutelpassage: Filippenzen 4:4–7
  17. Genade, danken en blijdschap
  18. Voorbede verandert ook óns

19.  Het krachtige gebed van Elia

20.  Wat deed Elia anders?

21.  Hoe pakt Paulus dit aan?

22.  Alleen door gebed en vasten

23.  Vervuld met kennis van Gods wil

24.  Onze Vader die in de…

25.  Het brood des levens

26.  De Bijbel bidden (afsluiting)

27.  Psalm 31:2–10

28.  Korte overdenking

1. Handen samen, ogen dicht?

In de Bijbel kun je nergens vinden dat je de handen moet vouwen en je ogen moet sluiten tijdens het bidden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat gevouwen handen en gesloten ogen een houding zijn van een luiaard die ligt te slapen:

  • Spreuken 6:10 - 10Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen 
  • Spreuken 24:33 - nog even slapen, nog even sluimerennog even liggen met gevouwen handen,

Voor zover er iets gezegd wordt over de handen tijdens het gebed, worden ze juist vaak opgeheven:

  • 1 Timotheüs 2:8 - Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist.

Dat hoeven niet per se ook opgeheven armen te zijn.

Ook in Psalm 63:5 lezen we:
Zo wil ik U prijzen mijn leven lang, in Uw Naam mijn handen opheffen.”
(SB: “In Uw Naam zal ik mijn handpalmen opheffen.”)

En in 1 Koningen 8:22 staat:
Daarop ging Salomo vóór het altaar des HEEREN staan… breidde zijn handen uit naar de hemel…
(SB: “Hij spreidt zijn handpalmen uit naar de hemelen.”)

In de Hebreeuwse tekst wordt gesproken over het opheffen van de handpalmen. Dus met de handpalmen naar boven: open, ontvangende handen.

Toen Jezus dankte voorafgaand aan de spijziging van de duizenden, had Hij de broden dankbaar in Zijn handen:

  • Mattheüs 14:19 - nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit,
  • Marcus 6:41 - zag op naar de hemel, sprak de zegen uit en brak de broden en gaf ze aan de discipelen,
  • Lucas 9:16 - Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit

In deze verzen zien we ook dat Jezus Zijn ogen opsloeg naar de hemel, terwijl Hij God dankt. Dat is precies het tegenovergestelde van de ogen neerslaan en sluiten, zoals mij vroeger geleerd is. Voortschrijdend inzicht heeft mijn ogen geopend — letterlijk en figuurlijk.

Ook Psalm 121:1 spreekt van het opheffen van de ogen.

Voor de goede orde: een gebedshouding wordt nergens voorgeschreven en het zou puur wetticisme zijn om daarover regels te stellen. Het gaat vanzelfsprekend om de houding van het hart. Maar eerlijk is eerlijk: het motto “handen vouwen en ogen dicht” staat nogal ver af van de voorbeelden die we in de Bijbel aantreffen.

2. Waarom zouden we bidden?

Moslims bidden. Joden bidden. Hindoes bidden. En ook christenen bidden.
Maar waarom eigenlijk?

Weet God niet alles al? Of moeten wij Hem onze zaken melden? Bidden wij soms om God te informeren?

Als dat zo zou zijn, dan zouden wij met ons gebed vooral bezig zijn God op de hoogte te brengen van wat er in ons leven speelt. Maar de Bijbel laat zien dat God ons al volledig kent, nog voordat wij één woord hebben gesproken.

Lees in dat verband Psalm 139:1–6. - Here, Gij doorgrondt en kent mij; 2Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten; 3Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. 4Want er is geen woord op mijn tong, of, zie, Here, Gij kent het volkomen; 5Gij omgeeft mij van achteren en van voren en Gij legt uw hand op mij. 6Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.

3. Is ons gebed nieuw voor God?

Is ons gebed nieuw voor God? Weet God alles al, of moeten we Hem al onze zaken melden? Als God alles wijs bestuurt, waarom zouden we Hem van advies moeten dienen?

Mattheüs 6:7–8 (SV)
...uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.”

4. God verandert niet

Gods roeping en plan staan vast (2 Timotheüs 1:9). 9die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden


Wie heeft Gods raad gekend? (Jesaja 40:12–15) 12Wie mat de wateren met zijn holle hand, bepaalde de omvang der hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal? 13Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman? 14Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg des verstands doen kennen?

(1 Korinthe 2:16) 16Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten?

God voert Zijn plan uit (Efeze 3:11) 11naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd,  en verklaart het einde vanaf het begin (Jesaja 46:10) 10Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen; (Jesaja 14:27). 27Want de Here der heerscharen heeft een besluit genomen; wie zal het verijdelen? En zijn hand is uitgestrekt; wie zal haar afwenden?

God heeft geen spijt als een mens Numeri 23:19; 19God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. 1 Samuël 15:29 29Ook liegt de Onveranderlijke Israëls niet en Hij kent geen berouw; want Hij is geen mens, dat Hij berouw zou hebben.

5. Laat God Zich dan niet verbidden?

En toch lezen we teksten waarin het lijkt alsof God Zich wél laat verbidden:

  • Genesis 25:21 - 21Nu bad Isaak de Here voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de Here liet Zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebekka werd zwanger.
  • 2 Samuël 24:25 - 25  En David bouwde daar een altaar voor de Here en bracht brandoffers en vredeoffers. Toen liet de Here Zich verbidden ten gunste van het land, en de plaag werd van Israël weggenomen.

Maar dit mysterie wordt helder wanneer je doorleest: “verbidden” betekent ook afsmeken.

Zie ook:

  • Ezechiël 36:36–37 -36  Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de Here, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen.
  • Jesaja 19:22–23 - 22  Zo zal de Here Egypte geducht slaan en genezen, en zij zullen zich tot de Here bekeren, en Hij zal Zich door hen laten verbidden en hen genezen.
  • 23Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de Here) dienen

6. God is een goede Vader

God, mijn Vader, is zo goed en zo liefdevol. Hij kent mij beter dan ik mijzelf ken.

Zoals een vader zijn zoon waarschuwt voor de hete kachel, terwijl hij tegelijk weet dat zijn zoon het toch zal proberen. De vader weet dat de jongen zich zal branden — en dat deze ervaring nodig is om te groeien.

Mijn hemelse Vader kent mij ook. Hij weet wat ik zal bidden en smeken. Hij kent de uitkomst al.

Wat een geruststellende feiten: een Vader op Wie ik kan bouwen en vertrouwen. Ik brand mijn vingers regelmatig (soms heftig) door domme acties, maar ze zijn allemaal nodig om een volwassen zoon van God te worden.

7. Wat is bidden eigenlijk? (proseuchē)

De schrijvers van het Nieuwe Testament spraken en schreven in het Grieks. Het woord dat zij gebruikten voor gebed is proseuchē.

Dat woord kun je benaderen als een driedelige opbouw:

  1. pros = tot
  2. eu = goed
  3. che = hebben

Conclusie: tot wiens goed hebben.

Denk aan tot Wie je bidt: je bidt tot God.
Gebed bevordert dus het “goed hebben van God”. Met andere woorden:

“Uw wil geschiede.”

Bidden is dan niet het sturen van God, maar het afstemmen op God.

8. God luistert naar iedereen

God luistert naar iedereen. Maar Hij handelt overeenkomstig Zijn eigen, voorbeschikte weg — een weg die onze weg primitief en nietig doet lijken.

Gebed is geen methode, geen strategie en ook geen uiting van woorden alleen. Het is samenwerking met God, door de Heilige Geest die in ons woont.

9. En verder dan?

Wij zien resultaten, geen oorzaken. Wij kijken door de sleutelgaten en niet over de schutting.

God zet ons aan tot bidden. Hij zorgt ervoor dat we deelnemen aan Zijn plannen.

10. Gebed lijkt soms spannend…

Je zult in de Schrift veel plaatsen vinden waar gebed “spannend” lijkt.

Op sommige plekken worden door God woorden of vormen aangereikt om te bidden. En soms lijkt het alsof God wacht totdat mensen Hem vragen, Hem smeken, Hem informeren of zelfs proberen te commanderen…                               

11. Jezus over gebed

Jezus leert dat bidden niet bedoeld is om indruk te maken op mensen.

Mattheüs 6:5–8 laat zien dat er gebeden kunnen zijn die vooral een menselijk doel dienen: gezien worden en eer ontvangen. Jezus zegt: “Zij hebben hun loon reeds” ze worden immers gezien.

Mat. 6: 5-8 5En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. 6Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. 7En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. 8Wordt hun dan niet gelijk, want [God] uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.

12. Wij weten (niet)

Romeinen 8:26 zegt dat wij niet weten wat wij bidden zullen zoals het moet.

26En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

En toch:

Romeinen 8:28 zegt dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben.

28Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn

13. In al onze behoeften

Filippenzen 4:19                          

Mijn God zal in al uw behoeften... voorzien, in Christus Jezus.

14. Boven bidden en denken

Efeze 3:20–21
God is machtig om meer dan overvloedig te doen, boven alles wat wij bidden of denken.

20Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, 21Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

15. Bidden voor…

1 Timotheüs 2:1–4 roept op tot gebeden, smekingen, voorbiddingen en dankzeggingen voor alle mensen — zelfs voor koningen en gezagsdragers.

1Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen, 2voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid. 3Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, 4die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

16. Sleutelpassage: Filippenzen 4:4–7

  1. Verblijd u in de Heere, te allen tijde.
  2. Wees in geen ding bezorgd.
  3. Laat uw wensen in alles bekend worden bij God, door gebed en smeking, met dankzegging.
  4. En de vrede van God zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus.

17. Genade, danken en blijdschap

1 Thessalonicenzen 5:16–18

  1. Verblijd u te allen tijde
  2. Bid zonder ophouden
  3. Dankt onder alles

18. Voorbede verandert ook óns

We kunnen klagen over werkgevers, politici, collega’s, buren, familieleden, enzovoort. Maar we kunnen ook voor hen bidden en danken.

Voorbede en dankzegging — in het besef dat God hun Redder is en alles onder controle heeft — verandert onszelf: van onrustige, cynische, rebellerende klagers, in mensen die vol vertrouwen een stil en rustig leven leiden.

19. Het krachtige gebed van Elia

En dan is er het krachtige gebed van Elia, dat alles overhoop lijkt te halen.

Jakobus 5:17–18 laat zien dat Elia bad, en dat het niet regende. En hij bad opnieuw, en het regende weer.

17Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; 18en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.

20. Wat deed Elia anders?

Wat deed Elia anders dan wij nu gewoonlijk doen? Was het de enorme gebedskracht?

Nee. Elia luisterde naar God. Dat is wat hij anders deed.

1 Koningen 17:1 laat zien dat Elia sprak met gezag — maar hij stond “voor het aangezicht van God”. Hij sprak Gods woord uit. Het geheim van Elia was niet zijn kracht, maar zijn luisterhouding.

1Toen zeide de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gilead, tot Achab: Zo waar de Here, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord.

21. Hoe pakt Paulus dit aan?

Paulus vraagt mensen niet om te bidden voor een comfortabel leven of voor goede omstandigheden. Hij vraagt om gebed voor vrijmoedigheid:

Efeziërs 6:19 - 19ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken

Paulus wist ook dat hij naar Rome moest, omdat God dit gezegd had:

Handelingen 23:11 - 11En de volgende nacht stond de Here bij hem en zeide: Houd moed, want zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen.

22. De rode draad in Paulus’ gebeden

Paulus’ gebeden zijn doordrenkt van dankzegging:

  • Kolossenzen 1:33Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u, 
  • Efeziërs 1:15–16 - 15Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Here Jezus en van uw liefde tot al de heiligen, 16niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden,
  • Filippenzen 1:3–4 - 3Ik dank mijn God, zo dikwijls ik uwer gedenk; 4immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor u allen met blijdschap,
  • 1 Thessalonicenzen 1:2 - 2Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden,
  • Filemon 1:4 - 4Ik dank mijn God te allen tijde, als ik u in mijn gebeden gedenk,

En als levenshouding:

Kolossenzen 3:17 - 7En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!

23. Alleen door gebed en vasten

Gebed en vasten drukken volstrekte afhankelijkheid van God uit.

Wanneer het doen van Gods werken niet gepaard gaat met ootmoedige overgave, kan het losraken van de Gever. Jezus wijst niet op een succesformule, maar op intensieve gemeenschap met de Vader.

Marcus 9:29 -  29En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.

24. Vervuld met kennis van Gods wil

Wij kijken vaak naar ons onvermogen. Maar dat is de verkeerde blikrichting als het ons bij onszelf laat staan.

Ons onvermogen is een feit, maar blijf daar niet bij staan. Zou God niet bij machte zijn om ons te vervullen en te bekrachtigen, met alle blijdschap

25. Bidden?

Bidden verandert niet Gods plan, maar de mens.
Bij een groepsgebed is ook sprake van groepsdynamiek.

26. Onze Vader die in de…

Alles in dit gebed heeft te maken met het doorbreken van het Koninkrijk der hemelen.

Geef ons heden ons dagelijks brood” lijkt een vreemde eend in de bijt.

De betekenis van arton epiousion is omstreden. Mogelijke betekenissen:

  • brood voor levensonderhoud
  • brood voor morgen
  • brood voor de dag
  • brood voor de volgende dag

Veel uitleggers kiezen voor: brood van de komende maaltijd in het Koninkrijk van God.

De Bijbel spreekt ook over hemels brood en verborgen manna:

Openbaring 2:17 -17Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op die steen een nieuwe naam geschreven, welke niemand weet, dan die hem ontvangt.

27. Het brood des levens

Door Jezus — het brood dat uit de hemel is neergedaald — kunnen wij het Koninkrijk binnengaan en ontvangen wij eeuwig leven.

Johannes 6:48–51

8Ik ben het brood des levens. 49Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. 51Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld.

1 Johannes 5:12

2Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.

28. De Bijbel bidden (afsluiting)

Dank U, Vader, dat wij door Uw Geest geleid worden en dat wij zonen van God zijn…
Heere God, er is geen ander.

U bent God en er is niemand gelijk U… U hebt ons bekleed met de klederen des heils…”

Romeinen 8:14–17 14Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. 15Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. 16Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.;

Jesaja 46:9; 9Denkt aan hetgeen vroeger, vanouds, gebeurde; Ik immers ben God, en er is geen ander, God, en niemand is Mij gelijk;

Jesaja 61:10  10Ik verblijd mij zeer in de Here, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit.

Psalm 31:2–10

Bij U, HEER, schuil ik,
maak mij nooit te schande.

Bevrijd mij en doe mij recht… (etc.)

Slotconclusie

Bidden is geen techniek om God te sturen en geen manier om Hem te informeren. God weet wat wij nodig hebben vóórdat wij Hem bidden. Zijn plan staat vast, Zijn raad bestaat, en Hij verandert niet.

Toch roept God ons op om te bidden — niet omdat Hij afhankelijk is van onze woorden, maar omdat Hij ons meeneemt in Zijn weg. Gebed vormt ons, brengt ons in afhankelijkheid en leert ons luisteren. Zoals Elia niet “krachtiger” was dan wij, maar aandachtiger. En zoals Paulus niet bad om gemak, maar om vrijmoedigheid en om voortgang van het Evangelie, met dankzegging als rode draad.

Gebed is leven met God. Afstemming op God en dat beperkt zich niet tot handen vouwen ogen dicht. Ons hele leven mag een gebed zijn, Halleluja, Amen.
En uiteindelijk: “Uw wil geschiede.”

Samenvatting – kernpunten

  • Bidden is niet bedoeld om indruk te maken op mensen, maar is gericht op gemeenschap met God.
  • God weet wat wij nodig hebben vóórdat wij Hem bidden; ons gebed is niet bedoeld om Hem te informeren.
  • God verandert niet en Zijn plan staat vast. Toch roept Hij ons op om te bidden, omdat Hij ons wil laten deelnemen aan Zijn weg.
  • Gebed is geen methode, strategie of techniek, maar een houding van afhankelijkheid en samenwerking met God door de Heilige Geest. Ons hele leven zal dat kenmerk gaan dragen!
  • Elia was geen “supermens”; hij bad krachtig omdat hij luisterde naar God en in Zijn opdracht sprak.
  • Paulus’ gebeden kenmerken zich door dankzegging, vrijmoedigheid en gerichtheid op de voortgang van het Evangelie, niet op gemak of comfort.
  • Vast en gebed drukken overgave uit: niet het losmaken van kracht, maar het verbonden blijven aan de Gever.
  • Gebed verandert niet Gods plan, maar vormt en verandert de bidder.
  • Uiteindelijk is bidden: afstemmen op God — “Uw wil geschiede.”
Bidden En Verhoring Pdf
PDF – 400,0 KB 2 downloads