Hoofdstuk 6

Vertalingen, traditie en brilvorming

Oordeel: eindpunt of doorgang?

Oordeel is een serieus Bijbels thema.
Maar is het ook het laatste woord?

Waarom blijft Gods handelen doorgaan na oordeel?
Waarom is er herstel na gericht?
En waarom genezen de bladeren van de boom des levens de volken?

Dit hoofdstuk onderzoekt oordeel niet als afrekening,
maar als onderdeel van een groter doel.

Vertalingen, traditie en brilvorming

(met voetnoten)

Geen mens leest de Bijbel neutraal.
Dat geldt niet alleen voor lezers, maar ook voor vertalers.

Wie dit ontkent, heeft al een bril op.

1. De mythe van het onbevangen lezen

Veel gelovigen zeggen:
“Ik geloof gewoon wat er staat.”

Maar wat er “staat”, staat er altijd:

  • in een vertaling
  • in een theologisch kader
  • binnen een traditie

De oorspronkelijke Bijbelteksten zijn geschreven:

  • in Hebreeuws
  • in Aramees
  • in Grieks

Elke vertaling is per definitie een interpretatie.
Dat is geen beschuldiging, maar een feit.

2. Woorden sturen denken

Een enkel vertaald woord kan een compleet wereldbeeld bepalen.

Denk aan woorden als:

  • eeuwig
  • hel
  • oordeel
  • hemel
  • ziel

Wanneer deze woorden eenmaal vastliggen in het denken van een geloofsgemeenschap, worden ze zelden nog bevraagd.

Maar de vraag moet gesteld worden:

Is dit wat de tekst zegt —
of wat wij geleerd hebben dat hij zegt?

3. Het voorbeeld van “eeuwig”

Het Griekse woord aiōn betekent:
tijdperk, wereldtijd, bepaalde tijdsduur

Het bijvoeglijk naamwoord aiōnios betekent:

  • behorend tot een tijdperk
  • tijdperk-gebonden
  • van een bepaalde eeuw

Toch wordt aiōnios in vertalingen vrijwel consequent weergegeven als eeuwig, in de zin van eindeloos.

Dat heeft verstrekkende gevolgen:

  • voor het oordeel
  • voor de hel
  • voor het godsbeeld

De vraag is niet:

“Kan het eindeloos betekenen?”

Maar:

“Moet het hier eindeloos betekenen?”

Dat kan alleen de context bepalen.

4. Traditie als versterker

Zodra een bepaalde vertaalkeuze eenmaal is ingeburgerd, gebeurt het volgende:

  • preken bouwen erop voort
  • belijdenissen nemen het over
  • catechese bevestigt het
  • liederen bezingen het

Zo ontstaat een gesloten cirkel:

vertaling → leer → bevestiging → onaantastbaarheid

Wie vervolgens de grondtekst bevraagt, lijkt de leer aan te vallen — (Ketter)
terwijl hij in feite de vertaling toetst. (Hand. 17:11 Dezen nu waren edeler dan die in Thessalonica; zij ontvingen het woord met alle bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften, of deze dingen zo waren.”)

5. Brilvorming: lezen met een vooraf ingevuld schema

Iedere lezer heeft een bril.
De vraag is niet óf je een bril hebt, maar welke.

Voorbeelden van zulke brillen:

  • een strikt individualistisch hemelbeeld
  • een dualisme tussen geest en materie
  • een God die vooral redt door selectie
  • een eindpunt waarin alles vastligt en niets meer beweegt

Deze brillen bepalen:

  • welke teksten we benadrukken
  • welke we nuanceren
  • welke we vergeestelijken
  • en welke we letterlijk nemen

6. Twee soorten teksten — of één verhaal?

Vaak wordt gezegd:

“Je moet Schrift met Schrift vergelijken.”

Maar in de praktijk gebeurt iets anders:

  • oordeelsteksten krijgen absolute waarde
  • verzoeningsteksten worden gerelativeerd

Bijvoorbeeld:

Romeinen 5:18
Zoals door één overtreding veroordeling kwam over alle mensen,
zo komt door één rechtvaardige daad rechtvaardiging van leven over alle mensen
.”

Dit wordt vaak gelezen als:

“alle — maar eigenlijk niet alle.”

Dat is geen exegese, maar theologische correctie van de tekst.

De vraag is niet:

“Hoe kan dit waar zijn?”

Maar:

“Wat betekent ‘alle’ hier, als Paulus het zegt?”

7. Wanneer vertaling het godsbeeld stuurt

Vertaalkeuzes zijn nooit neutraal voor het godsbeeld.

Wanneer:

  • oordeel eindeloos wordt
  • herstel tijdelijk
  • verzoening beperkt
  • liefde voorwaardelijk (v.b. je moet eerst kiezen voor Jezus en dan.....)

dan ontstaat een God die:

  • zijn doel niet bereikt
  • zijn schepping niet voltooit
  • zijn liefde moet inperken

De vraag dringt zich op:

Is dit het godsbeeld dat de Schrift zelf tekent —
of het godsbeeld dat wij erin hebben gelezen?

8. De oproep van de Schrift zelf

De Bijbel nodigt voortdurend uit tot:

  • onderzoeken
  • toetsen
  • onderscheiden

Beproef alle dingen, behoud het goede.
(1 Thessalonicenzen 5:21)

Dat geldt ook —
en misschien wel juist —
voor wat vertrouwd is geworden.

9. Voortschrijdend inzicht als Bijbels principe

Voortschrijdend inzicht is geen modern idee.
De Schrift zelf laat zien dat inzicht groeit:

  • Abraham begreep niet alles
  • de profeten zagen slechts delen
  • de discipelen begrepen Jezus pas achteraf
  • Paulus spreekt over “ten dele kennen

God openbaart zich in de tijd
en vraagt om meebewegen, niet om stilstand.

Samenvatting – Hoofdstuk 6

Vertalingen, traditie en brilvorming

  • Niemand leest de Bijbel zonder vooronderstellingen.
  • Elke vertaling is ook een interpretatie.
  • Vertaalkeuzes (zoals bij aiōn / aiōnios) sturen theologisch denken.
  • Traditie versterkt en verabsoluteert deze keuzes.
  • Brilvorming bepaalt welke teksten we benadrukken of neutraliseren.
  • De Schrift roept op tot toetsen, niet tot kritiekloos overnemen.
  • Voortschrijdend inzicht is geen bedreiging voor geloof, maar een bijbels gegeven.

Kernconclusie:

Wie de Schrift serieus neemt, moet bereid zijn ook zijn vertalingen en tradities serieus te toetsen.

Voetnoten Hoofdstuk 6

  1. aiōn / aiōnios — Strong G165 / G166
    Betekenis: tijdperk, wereldtijd; behorend tot een tijdperk

 

Lees deze vragen niet om ze snel te beantwoorden,
maar om ze mee te nemen in je verdere lezen.

Doordenkvraag

Welke overtuigingen over hemel, oordeel en eeuwigheid houd ik vast
omdat ik ze zelf in de Schrift heb onderzocht,
en welke omdat ze mij altijd zo zijn aangereikt?

Durf ik de tekst opnieuw te lezen
— ook als dat mijn vertrouwde uitleg onder spanning zet?

Hoofdstuk 6 Pdf
PDF – 272,5 KB 2 downloads