Het paradijs, om jaloers op te worden?

De meeste christenen beweren dat het leven in de hof van Eden een volmaakte, harmonieuze toestand was. Adam en Eva genoten volgens hen van alle pracht om hen heen en van de nabijheid van God. Zij kenden niets anders dan schoonheid, goedheid, heerlijkheid en volmaaktheid. Pas toen zij van de verboden boom aten, leerden zij het kwaad kennen.
Maar was dat werkelijk zo?

Hoe noemde God die verboden boom? Dat staat in Genesis 2:17 (Herziene Statenvertaling):
‘Maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten…
Hij heette dus niet de boom van het kwaad, maar de boom van de kennis van goed en kwaad.

Nu ga ik even logisch nadenken. Als het eten van die boom kennis van zowel goed als kwaad opleverde, dan kunnen we vaststellen dat Adam en Eva vóórdat zij van die boom aten, geen kennis hadden van het goede. Zij bevonden zich dus midden in die pracht en praal, zonder te beseffen dat zij het goed hadden. Heerlijke temperaturen, prachtige natuur, genoeg te eten — maar niet werkelijk ervan kunnen genieten, omdat alles vanzelfsprekend was en zij nooit iets anders hadden gekend. Zo wordt het paradijs toch al wat minder paradijselijk.

Bovendien kenden zij God ook niet echt, terwijl Hij nota bene zo dicht bij hen was. In Genesis 3:8 staat dat God in de tuin van Eden wandelde, dat Adam en Eva Hem hoorden aankomen en zich voor Hem verborgen. Zij hadden God regelmatig ontmoet — want zij herkenden Zijn geluid — maar zij kenden Hem niet werkelijk, dat wil zeggen: zij kenden Zijn persoonlijkheid en Zijn karakter niet. Zij wisten niet dat God goed is, barmhartig en genadig, rechtvaardig en liefdevol. Eigenlijk kenden zij alleen Zijn schepping. Zou het kunnen dat God daar verandering in wilde brengen?

Ik geloof dat God, toen Hij aan Zijn scheppingswerk begon, niet zomaar lukraak iets maakte, maar precies wist wat het zou worden. In Jesaja 46:10 (NBV) staat: ‘Die in het begin al het einde aankondigde en lang tevoren wat nog gebeuren moest. Die zegt: Wat Ik besluit, wordt van kracht, en alles wat Ik wil, breng Ik ten uitvoer.’

Waarom schiep God mensen? Ik denk dat Hij naar gezelschap verlangde. Ik geloof niet dat Hij alleen publiek wilde om te laten zien wat Hij allemaal kan. Ik geloof dat Hij een intieme relatie met ons wil hebben. Dat geloof ik omdat de Schrift Hem als Vader beschrijft.

Waarom plaatste God die verboden boom van kennis van goed en kwaad midden in de hof [Genesis 2:9], en niet ergens aan de rand op een onopvallend plekje? Adam en Eva moesten waarschijnlijk de hele dag om die boom heen lopen. Elke dag weer die confrontatie. Het is niet eenvoudig om dan gehoorzaam te blijven. Je zou bijna zeggen dat God het expres deed — dat Hij wilde dat zij ervan zouden eten.

God had gezegd dat Adam en Eva zouden sterven als zij van die verboden boom aten. Vroeger vond ik dat heel gemeen van God, omdat ik ervan uitging dat Adam en Eva helemaal niet wisten wat sterven was. Ik dacht dat zij geen enkele ervaring met de dood hadden. Dat leek mij net zo gemeen als wanneer je tegen een klein kind zegt: ‘Niet aan die kachel komen hoor, want die is heet,’ terwijl het kind nog niet weet dat heet pijn doet.

Voortschrijdend inzicht

Maar inmiddels denk ik daar heel anders over, dankzij intensieve Bijbelstudie en logisch nadenken. In Genesis 2:16-17 staat dat Adam en Eva van alle bomen in de hof mochten eten, behalve van de boom van kennis van goed en kwaad. Dat betekent dat zij onbeperkt konden eten van de levensboom. Waarom stond die boom daar eigenlijk? Als Adam en Eva onsterfelijk waren, was die levensboom dan wel nodig?

Nadat zij Gods gebod hadden overtreden, werden zij uit het paradijs verdreven. Vanaf dat moment werd de weg naar de levensboom bewaakt [Genesis 3:24]. Waarom? Om te voorkomen dat Adam en Eva van die boom zouden blijven eten en daardoor voor altijd zouden blijven leven.

Men gaat er vaak van uit dat het paradijs volmaakt was, omdat in Genesis 1 meerdere keren staat: ‘En God zag dat het goed was.’ Maar betekent “goed” ook “volmaakt”? Nee. Het betekent dat alles precies verliep volgens Gods plan — niets meer en niets minder. Zonde en dood spelen een tijdelijke rol in dat plan.

Genesis 2:15 (NBV) zegt: ‘God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden om die te bewerken en erover te waken.’
In een volmaakte toestand zou er niets geweest zijn om te bewerken of te bewaken. Ik stel mij daarom een onkruid wiedende Adam voor, die tegelijk het rottende fruit — sterfelijkheid — van de bomen opruimt en op de composthoop gooit.

Ik geloof dat Adam sterfelijk geschapen werd, en ik geloof dat Christus de eerste was die onvergankelijk leven ontving.

[1 Johannes 3:20]

19Hieraan zullen wij onderkennen, dat wij uit de waarheid zijn en voor Hem ons hart overtuigen, 20dat, indien ons hart (ons) veroordeelt, God meerder is dan ons hart en kennis heeft van alle dingen.

1 Samuël 2:3

3Spreekt toch niet steeds zo hoogmoedig, geen verwaten taal kome uit uw mond. De Here immers is een alwetend God en door Hem worden de daden getoetst.

Jesaja 46:10

10Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen;

Er wordt wel gezegd dat er twee dingen zijn die een mens niet door ervaring hoeft te leren: jaloezie en hebzucht. Die zitten als het ware ingebakken [door de Pottenbakker]. In Genesis 3:4-5 (Herziene Statenvertaling) staat:
Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.’
Satan wist kennelijk ook dat jaloezie en hebzucht al bij de eerste mensen aanwezig waren.

Wist God van tevoren dat Adam en Eva uiteindelijk van de verboden boom zouden eten? Sommige christenen beweren dat God hier een risico nam, omdat zij denken dat God de mens een vrije wil gaf. Maar overal in de Schrift lees ik dat God wel goed is, maar niet naïef. Natuurlijk wist Hij dat zij ervan zouden eten. God is immers alwetend [1 Johannes 3:20; 1 Samuël 2:3] en Hij weet vanaf het begin wat de afloop zal zijn [Jesaja 46:10].

God heeft de verboden boom bewust in het paradijs geplaatst, opdat Adam en Eva daarvan zouden eten, opdat zij daardoor goed en kwaad zouden leren kennen en vervolgens het barmhartige karakter van hun Schepper. Zij gingen tegen Gods wil in, maar niet tegen Zijn bedoeling. Alles was van tevoren al gepland. Er ging dus helemaal niets mis in het paradijs. Dag, zogenaamde zondeval.

Als alles van tevoren vastlag, dan stond ook vast dat Adam — na Eva — van de verboden vrucht zou eten. Daar was geen ontkomen aan. Toch vind ik het interessant om te filosoferen over welke drijfveer God hierbij gebruikte om Adam tot die keuze te brengen.

Was het jaloezie? Wilde Adam niet onderdoen voor Eva? Heeft hij geaarzeld toen zij hem die heerlijke vrucht voorhield? En zo ja, hoe lang?

Was het hebzucht? Wilde hij zelf ook die kennis van goed en kwaad? Wilde hij haar niet verliezen? Zag hij op tegen een eenzaam bestaan in het paradijs?

Of was het liefde? Wilde hij haar niet in de steek laten? Had hij haar zo lief dat hij bereid was alle zekerheden los te laten en zich samen met haar in het onbekende te storten?

In de Schrift is de man het beeld van de Schepper en de vrouw het beeld van de schepping. De Schepper zal Zijn schepping nooit in de steek laten: Hij blijft haar trouw, zorgt voor haar en is zelfs bereid voor haar te sterven. Daarom geloof ik dat Adam uit liefde voor Eva koos.

Het Paradijs Om Jaloers Op Te Worden Pdf
PDF – 168,4 KB 2 downloads