Bidden is onnodig ?
Schijnt niet de bedoeling te zijn: eindeloos voorprevelen. Ergens jammer, want het is zo’n mooi woord: prevelen. En dan ook nog eindeloos.
Ik weet niet of jij dat vaak doet. Ik weet ook niet precies wat het betekent, maar het voelt gedachteloos — en dat herken ik wel.
Soms sta ik uit het raam te staren om wakker te worden, en om het besef te zoeken dat je in zo’n ruime wereld leeft: onder een hemel, in de tijd. Dan formuleer ik heel zachtjes iets. Een vraag naar rust voor de dag. Een stukje van het Onze Vader. En halverwege het formuleren begin ik door te prevelen, zogezegd — maar ondertussen kijk ik met aandacht naar hoe de natuur aan het wakker worden is.
Terwijl mijn hoofd óók nog de woordjes van een bekend gebed aan het vormen is.
Vanochtend zegt Jezus van Nazareth tegen zijn leerlingen:
“Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voorprevelen zoals de heidenen dat doen, die denken door hun veelheid aan woorden verhoord te zullen worden.”
Veel is niet relevant, maar eigenlijk is bidden om wat je nodig hebt überhaupt onnodig.
“Doe hen niet na. Jullie hemelse Vader weet immers wat jullie nodig hebben vóór jullie het Hem vragen.”
Dat is interessant.
Gebeden zijn niet bedoeld om God op de hoogte te stellen van wat je nodig hebt, zodat hij even in zijn voorraad kan gaan kijken hoeveel hij nog heeft staan — en zich kan afvragen of hij zin heeft om het jou te geven.
Gebed als verlanglijst is niet zo relevant. Dat is al lang bekend. Gebed om God te veranderen of ergens toe aan te zetten blijkbaar ook niet. Zeker niet als het gaat om wat je zelf meent nodig te hebben. Gebed is niet bedoeld om in je onderhoud te voorzien.
Een mysticus zei ooit:
“Zolang ik nog iets van God verlang, dan weet ik dit gewis: dat hij voor mij geheel en al niets dan een afgod is.”
Ik kan dit niet helemaal als dogma voor alle tijden en plaatsen omarmen — maar dat zou je met geen enkel dogma moeten doen. Het punt hier is dat Jezus zegt dat het informeren van God over wat je nodig hebt niet relevant is. Dat is er allang.
De vraag is natuurlijk: wat dan wel?
Dan leert hij een superkort gebedje. Soms vraag ik me af of dat werkte zoals hij het voor zich zag. Nu zitten we opeens met een gebed waarvan we kunnen zeggen dat het goed is. Want ja: het Onze Vader is door Jezus zelf gegeven, dus die woorden kloppen, en voor je het weet is er weer een soort mantra geformuleerd. Een toverformule.
In plaats van overgave. Vertrouwen. Zoeken naar contact.
Het bedoelde contrast is trouwens vrij duidelijk in de eerste zinnen.
Jezus zegt: vraag niet wat je nodig hebt.
En dan begint het gebed met:
Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome.
Je zou kunnen zeggen: vraag niet wat jij nodig hebt, vraag wat God nodig heeft. Het is zíjn koninkrijk, zíjn naam. Hij wil iets.
En dan is het de bedoeling dat je bidt voor wat hij voor zich ziet — en waar jij naar bent gaan verlangen omdat je het een goed idee bent gaan vinden.
Dat is een vergaande vorm van overgave, niet?
Herman Finkers zei het prachtig in De Verwondering met Annemiek Schrijver. Zij vroeg of hij zich geliefd wist door God. Hij zei:
“Onvoorwaardelijk liefhebben is God’s ding, dat is zijn werk. Dan kan hij mij net zo goed meenemen.”
Om vervolgens te stellen dat alles bestaat omdat God erbij betrokken is. Zou God zich terugtrekken uit een steen of een bloem — of wat dan ook — dan bestaat dat niet meer.
Het feit dus dat ik besta, zei hij, betekent dat God zich niet uit mij heeft teruggetrokken. Dat hij wil dat ik er ben. En dat maakt dat ik me geliefd voel, ja.
Hij excuseerde zich nog voor het feit dat het misschien wat animistisch klonk, maar Annemiek was blij. En ik ook.
God moet mij hebben, zei hij eigenlijk.
En dat maakt bidden voor wat God nodig heeft — niet voor wat ik nodig heb omdat God dat allang weet — ietsje logischer.
Wat moet er in de wereld gebeuren, eigenlijk? Wat is de hoop voor de mensheid?
Dat is bidden: zodat je hoop uitgelijnd wordt met dat waar het hart van de Maker naar uitgaat. En dan ondertussen vertrouwen dat er voor je wordt gezorgd, omdat je het verlangen deelt van de Voorzienigheid.
Zo begrijp ik de mysticus die niets meer wil verlangen voor zichzelf. En Jezus van Nazareth die meent dat we moeten bidden om wat God nodig lijkt te hebben.
Hij wil een ander koninkrijk in deze wereld. Alvast.
En hij heeft daarvoor ons hart nodig. Onze ziel. Onze handen. Wie we zijn.
Daarvoor bestaan we.
En de rest zal wel gegeven worden.
Of niet.
Schriftlezingen
- 2 Koningen 9:16-37
- 1 Korintiërs 7:1-9
- Mattheüs 6:7-15