Deel 9
Hel en godsbeeld — wat voor God veronderstelt een eeuwige hel?
De vraag achter alle vragen
Uiteindelijk gaat het debat over de hel niet primair over straf, duur of terminologie.
Het gaat over God.
Elke leer over de hel impliceert een bepaald godsbeeld.
Niet uitgesproken, maar onvermijdelijk aanwezig.
Daarom moet de vraag niet eerst zijn:
“Bestaat de hel?”
maar:
“Wie is God?”
1. Een eeuwige hel vraagt om een bepaald godsbeeld
Een eindeloze, bewuste straf veronderstelt een God die:
- eeuwig straft
- zonder herstelmogelijkheid
- zonder eindpunt
- zonder toekomst voor wie daar zijn
Dat roept fundamentele vragen op:
- Is straf dan het uiteindelijke doel?
- Is er een blijvende dualiteit tussen gered en verloren?
- Blijft kwaad eeuwig bestaan — zij het opgesloten?
Een eeuwige hel betekent dat Gods schepping uiteindelijk gespleten blijft.
2. Rechtvaardigheid en proportie
God is rechtvaardig.
Daarover bestaat geen twijfel.
Maar rechtvaardigheid impliceert proportie.
In menselijke rechtspraak geldt:
- straf moet in verhouding staan tot de daad
- eindige schuld rechtvaardigt geen eindeloze straf
Hoe verhoudt een eeuwige straf zich tot een leven in tijd?
Is oneindige vergelding in overeenstemming met Gods rechtvaardige karakter?
3. Liefde en volharding
De Schrift verkondigt:
“God is liefde.” — 1 Johannes 4:8
Liefde is geen zwakte, maar volharding.
De herder zoekt het verloren schaap.
De vader wacht op de verloren zoon.
God is lankmoedig.
De vraag is:
Is liefde het vermogen om iemand eindeloos los te laten,
of is liefde het vermogen om niet op te geven?
4. Gods doel met de schepping
De Schrift eindigt niet in verdeeldheid, maar in vervulling.
“Door Hem het al met Zichzelf te verzoenen.” — Kolossenzen 1:20
“Opdat God alles in allen zal zijn.” — 1 Korintiërs 15:28
Wanneer deze uitspraken serieus genomen worden,
ontstaat er spanning met het idee dat een deel van de schepping:
- eeuwig buiten blijft
- nooit hersteld wordt
- nooit in harmonie komt
Een eeuwige hel betekent dat Gods plan nooit volledig voltooid wordt.
5. Oordeel binnen Gods karakter
In de Schrift is oordeel:
- heilig
- ernstig
- noodzakelijk
Maar nooit willekeurig.
God oordeelt omdat Hij rechtvaardig is.
Hij oordeelt omdat Hij waarheid liefheeft.
Hij oordeelt omdat kwaad niet kan blijven.
Maar nergens blijkt dat Hij oordeelt om eeuwig te laten voortbestaan wat Hij verwerpt.
Oordeel verwijdert wat tegen Zijn doel ingaat —
niet om het eeuwig te conserveren,
maar om het te beëindigen of te herstellen.
6. Twee mogelijke godsbeelden
Wanneer men de hel als eindeloze straf ziet, ontstaat een godsbeeld waarin:
- liefde en straf naast elkaar blijven bestaan
- verzoening beperkt is
- kwaad eeuwig opgesloten blijft
Wanneer men oordeel ziet als fase binnen Gods plan, ontstaat een godsbeeld waarin:
- recht en genade samenkomen
- oordeel dient tot herstel
- Gods doel uiteindelijk voltooid wordt
De vraag is niet welke optie comfortabeler is.
De vraag is welke optie de Schrift als geheel het beste weerspiegelt.
7. De diepste spanning
Het hel leerstuk raakt het hart van het evangelie.
Is het evangelie uiteindelijk:
- redding van sommigen uit een eindeloze verwerping?
of:
- openbaring van een God die Zijn schepping tot haar bestemming brengt?
Wanneer het laatste waar is,
dan moet oordeel worden verstaan binnen dat grotere kader.
Samenvatting van Deel 9
- De leer van de hel impliceert een bepaald godsbeeld
- Een eeuwige hel roept vragen op rond rechtvaardigheid en liefde
- Gods uiteindelijke doel in de Schrift is herstel en vervulling
- Oordeel staat binnen Zijn karakter, niet daarbuiten
- De kernvraag is niet eerst: wat is de hel? maar: wie is God?
Doordenkvragen
- Welk godsbeeld ligt onder mijn overtuiging over de hel?
- Is eeuwige straf verenigbaar met Gods rechtvaardigheid?
- Wat betekent “God is liefde” in het licht van oordeel?
- Durf ik mijn godsbeeld te laten vormen door de Schrift als geheel?
Volgende deel:
Hel en hoop — de horizon van de Schrift
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
“Mamma, is opa nu in de hel?” à Wat een vraag!
Is dit niet een vreselijke vraag die dit kind aan zijn moeder stelt?
"Mamma, Jantje zei me dat opa een zondaar was en dat hij nooit Jezus als zijn verlosser heeft aangenomen. En Jantje zei ook dat opa daarom nu in de hel is, waar hij altijd zal branden en altijd pijn zal hebben! Mamma, is dat waar?"
Inderdaad een hartverscheurende vraag die dit kleine jochie stelde over zijn opa, die hij zo lief had. Een opa waarmee hij ging vissen en die zijn fiets repareerde, waarvan hij had gezien dat hij zijn vader en moeder zo graag mocht. Het jong snapte er niets van en was diep bedroefd. Opa had dat niet verdiend. Opa was lief!
Dit verhaaltje trof mij omdat ik ook zo ben opgevoed. Als ik een dergelijke vraag zou stellen aan mijn omgeving dan moesten ze, het antwoord zoeken in de leringen die ze in de kerk leerden. En de meeste kerken leren dat een persoon, Jezus Christus als zijn of haar redder en Heer moet hebben aangenomen. Anders, als men sterft zonder dat te hebben gedaan, zal hij of zij naar een eeuwigdurende hel gaan. Er is geen tweede kans voor de zondaar.
Deze lering komt niet alleen voor in Reformatorische kringen maar leeft ook in een deel van het Evangelische milieu heb ik in mijn leven ervaren.
Maar …… heel vreemd, ze deden geen enkele moeite om de buren, dorpsgenoten of wie dan ook te vertellen over wat hen te wachten stond. Als je bovenstaande gelooft dan kun je toch niet rustig slapen wetende dat goede kennissen, vrienden of zelfs familie onderweg zijn naar een eeuwige hel. Dat deed mij stiekem denken dat ze het zelf eigenlijk niet echt geloofden. Ik kreeg de indruk dat het woorden waren van de kerkelijke gemeenschappen maar daarbuiten telde dit niet.
NBG "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe." Joh. 3:16 NBG.
SW 16 Want God heeft de wereld zo lief, dat Hij Zijn Zoon, de enigverwekte, geeft, opdat elke in Hem gelovende toch niet verloren zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben.
Dit is misschien wel het meest beroemde vers in de Bijbel en wordt over de hele wereld in heel veel kerken en of gemeenten [Reformatorisch maar ook Evangelisch] gebruikt om mensen aan te sporen zich te bekeren en Jezus Christus aan te nemen als hun Verlosser en Heer. Het vers wordt ook vaak gebruikt om te bewijzen dat je absoluut ‘nu’ Jezus Christus moet accepteren om eeuwig leven te verkrijgen. Doe je dat niet dan ben je voor eeuwig verloren en wacht na je dood de hel.
Dus geloven voor een ticket naar de hemel ,voor wat, hoort wat of anders gezegd: “De hemel verdienen”, geen genade maar verdiensten: “Ik heb Jezus aangenomen, dat is mijn keuze en mijn prestatie”! Mijn verdienste!
Prediker 9 : 5 De levenden weten tenminste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets...
Joh. 3:13 - En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen."
Dit staat toch haaks op bovengenoemde geloofsbelijdenis over dood, verloren gaan en hel.