Dank je zorgen weg
Over gebed, dankzegging en geestelijke kracht
Dankzegging als kern van gebed
Gebed met dankzegging is niet slechts: bidden voor het één en danken voor het ander. Het is ook — en misschien wel vooral — danken voor datgene waarvoor je bidt. Danken, omdat God bij machte is om het gebed te verhoren en omdat Hij, wat er ook gebeurt, in elk geval het beste geeft.
Het Griekse woord voor dankzegging (eucharis) is direct verwant aan het woord voor vreugde (charis). Dankzegging is dus niet alleen een houding van beleefdheid, maar draagt vreugde in zich: danken maakt blij.
Het is niet moeilijk om te danken voor de goede dingen die God geeft. Maar wanneer God moeilijke dingen toelaat — of wanneer ons iets overkomt wat wij als “kwaad” ervaren — danken we Hem dan nog? Geloven we dan nóg dat Gods weg altijd de beste is, ook als die weg voor ons ondoorgrondelijk blijft?
Wensen, behoeften en Gods rijkdom
God vervult niet al onze wensen, maar wel al onze behoeften — dat wil zeggen: datgene wat
God zelf voor ons nodig acht. En dat doet Hij niet karig, maar overvloedig:
“Mijn God zal in al uw behoeften naar Zijn rijkdom voorzien…” (Filippi 4:19)
Deze belofte is geen vrijbrief voor gemak, maar een diepe zekerheid: God weet wat een mens nodig heeft en Hij is rijk genoeg om daarin te voorzien.
De vrede van God bewaart het hart
De vrede van God is de vrede die God zélf heeft. Bij Hem loopt er niets uit de hand. Alles wat plaatsvindt, gebeurt naar de raad (dat wil zeggen: de bedoeling) van Zijn wil. Gebeurtenissen die ons van onze stuk brengen, brengen — God zij dank — Zijn troon niet aan het wankelen.
Zou die vrede onze harten en gedachten niet kunnen behoeden? Jawel: Paulus spreekt zelfs
over een vrede die bewaart “als in een vesting”. Het is een rust die alle verstand te boven gaat:
“En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren…” ( Filippi 4:7)
Paulus als voorbeeld: gebed onder een open hemel
We doen er goed aan om de “apostel en leermeester van de heidenvolken” ook in zijn gebedsleven na te volgen. Wie zijn brieven aandachtig leest, raakt onder de indruk van zijn sprankelende, levendige gebeden. Paulus leefde met recht onder een open hemel.
Zijn gebeden laten zien dat geloof niet draait om oppervlakkige wensvervulling, maar om innerlijke verandering, geestelijke diepte en een leven dat steeds meer in het licht van Christus staat.
Goede werken: God aan het werk in ons
Goede werken zijn werken die God in en door ons doet. Dáárom zijn het goede werken. Of dachten wij dat een mens vanuit zichzelf iets werkelijk goeds kan voortbrengen?
Wij verstaan onder goede werken vaak een bepaald soort activiteiten: het verzorgen van een zieke, geld geven aan een goed doel, het bezoeken van een eenzaam mens, enzovoort. Dat zijn prachtige dingen — maar goede werken zijn meer dan dat.
Goede werken zijn alle activiteiten die wij van harte doen, in dankbaarheid aan God, waarbij Hij de eer krijgt. Wat we ook doen:
“En al wat gij doet, in woord of werk, doet het alles in de naam van de Here Jezus, terwijl gij God, de Vader, dankt door Hem.” (Kolosse 3:17)
En ook:
“Al wat gij doet, doet dat van harte, als voor de Heer.” (Kolosse 3:23) Dát is goed werk: leven met God, in alles.
Kennis en ‘epignosis’: meer dan weten
Het Nieuwe Testament gebruikt twee woorden voor kennis: gnosis en epignosis. Dat tweede woord gaat verder dan alleen informatie: epignosis is kennis die doorwerkt. Het is bewustzijn, erkenning, helder inzicht.
In sommige vertalingen wordt het weergegeven met woorden als: bemerken, herkennen, erkennen, ten volle kennen, helder inzicht en rechte kennis.
Paulus’ verlangen was dat gelovigen vervuld zouden worden van epignosis van Gods wil, met alle wijsheid en geestelijk inzicht. Paulus bad niet om een beetje kennis, of “een stuk” begrip, maar om vervulling. Wij hebben vaak geen idee wat God met een mensenleven kan doen wanneer Hij het werkelijk in Zijn hand neemt.
Wat is Gods wil?
Paulus spreekt op meerdere plekken over Gods wil als iets groots en allesomvattends. Efeze 1 beschrijft Gods plan als:
het heelal, in de voltooiing der tijden, onder één Hoofd samen te vatten — Christus. (vgl. Efeze 1:10-11)
Dit sluit aan bij wat Paulus in Kolosse 1 beschrijft: het heelal wordt met God verzoend. En in 1 Timotheüs 2 lezen we dat God wil dat alle mensen gered worden.
Gods wil is dus niet klein, benauwd of willekeurig. Ze is groot, verlossend en toekomstgericht.
1 Timotheüs 2: 3-4 3Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, 4die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.
Van kennis naar kracht
Gelovigen willen dikwijls graag kracht ervaren. Dat is begrijpelijk — en het is ook goed.
Maar het begint bij kennis. Ware kennis is een bron van geestelijke kracht.
Om de Heer waardig te wandelen, moeten we de Heer eerst kennen: weten wat Zijn waarde is.
Oftewel: Hem waarderen om wie Hij is. In Kolosse 1 laat Paulus zien wat de alles
overstijgende waarde is van “de Zoon van Gods liefde”.
Niet blijven steken in eigen onvermogen
Ons leven blijft vaak beneden de maat omdat we uitgaan van ons eigen onvermogen. “Zijn en blijven we dan geen arme zondaren?” hoor je soms zeggen. Dat is een vraag met de verkeerde blikrichting: gefocust op onszelf en op wat wij niet kunnen.
Ons onvermogen is inderdaad een feit. Neem dat als uitgangspunt — maar blijf er niet in hangen. Want de kernvraag is:
Zou God niet bij machte zijn om ons te vervullen en te bekrachtigen, zelfs met blijdschap?
Wanneer je de vraag zó stelt, verandert alles.
Geduld met blijdschap: een hemelse combinatie
Letterlijker vertaald staat er in Kolosse 1:12:
“volharding en geduld met blijdschap, dankende de Vader…”
Het gaat hier over iets bijna onvoorstelbaars: geduld met blijdschap. Wij verbinden geduld meestal met zuchten, dragen en klagen. Maar Paulus verbindt geduld met blijdschap.
Inderdaad — dat moet van boven komen.