Hoofdstuk 1
Wat bedoelt de Bijbel met ‘hemel’ en ‘hemelen’?
1. De Bijbel begint met een meervoud
De Schrift opent niet met een vaag beeld, maar met een concrete scheppingsverklaring:
“In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1 – SV)
Wie de Hebreeuwse tekst leest, ziet echter dat het woord hemel hier in het meervoud staat: šāmajim — letterlijk hemelen.¹
De aarde daarentegen wordt enkelvoudig genoemd.
Dit roept fundamentele vragen op:
- waarom meerdere hemelen?
- waarom wordt dit onderscheid direct aan het begin gemaakt?
- waarom raakt dit in veel theologie op de achtergrond?
2. Hemel is geen abstract begrip
In de Schrift is “hemel” geen spiritueel containerbegrip.
Het woord wordt gebruikt voor verschillende werkelijkheden, afhankelijk van de context.
Zo lezen we over:
- vogels van de hemel
- sterren van de hemel
- de hemel der hemelen
Deze uitdrukkingen kunnen onmogelijk allemaal hetzelfde aanduiden.
3. De eerste hemel – de zichtbare atmosfeer
De Bijbel spreekt regelmatig over de hemel als het gebied direct boven de aarde:
“Laat de vogels vliegen langs het uitspansel van de hemel.” (Genesis 1:20)
Het Hebreeuwse raqia‘ betekent: uitspansel, uitgestrekte ruimte.²
Dit is geen mystieke sfeer, maar de atmosferische hemel.
De Bijbel is hier opvallend nuchter.
4. De tweede hemel – zon, maan en sterren
Daarnaast spreekt de Schrift over de hemel als de plaats van hemellichamen:
“Zie toch op naar de hemel en tel de sterren.” (Genesis 15:5)
Hier gaat het om de kosmische hemel, de ruimte waarin zon, maan en sterren zich bevinden.
Ook dit is schepping — niet God zelf.
5. De derde hemel – Paulus’ getuigenis
Dan komt Paulus’ opmerkelijke uitspraak:
“Weggevoerd tot in de derde hemel.” (2 Korintiërs 12:2)
Het woord tritos (derde) veronderstelt een reeks.³
Paulus spreekt niet symbolisch, maar onderscheidend.
Hij koppelt deze derde hemel bovendien aan:
“het paradijs” (2 Kor. 12:4)
Zonder verdere uitleg — alsof zijn lezers dit onderscheid kenden.
6. De hemel der hemelen
De Hebreeuwse Schrift gebruikt een overtreffende trap:
“De hemel, ja de hemel der hemelen.” (Deuteronomium 10:14)
Deze constructie (šĕmê haššāmajim) functioneert zoals:
- heilige der heiligen
- koning der koningen
Niet vaagheid, maar hoogste intensiteit.⁴
7. Een eerste correctie
Opvallend is wat de Schrift niet zegt:
- nergens staat dat alle doden zich nu in de hoogste hemel bevinden
- nergens wordt hemel gepresenteerd als eindstation
- nergens wordt de hemel losgemaakt van de aarde
Integendeel: de Bijbel werkt toe naar vernieuwing van beide.
8. Hemel en aarde horen bij elkaar
De Schrift eindigt niet met:
“de mens in de hemel”
maar met:
“een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.” (Openbaring 21:1)
Hemel is geen ontsnapping uit de schepping,
maar onderdeel van Gods totale herstelplan.
Samenvatting – Hoofdstuk 1
Wat bedoelt de Bijbel met ‘hemel’ en ‘hemelen’?
- De Bijbel begint met meerdere hemelen, niet één.
- “Hemel” duidt op verschillende geschapen werkelijkheden.
- De Schrift onderscheidt een atmosferische hemel, een sterrenhemel en een hoogste hemel.
- Paulus bevestigt dit onderscheid door te spreken over een derde hemel.
- De hemel der hemelen is de hoogste intensiteit van Gods aanwezigheid.
- De hemel is geen eindbestemming op zichzelf, maar onderdeel van Gods plan met hemel én aarde.
Kernconclusie:
De Bijbel spreekt niet over één abstracte hemel, maar over een meervoudige, functionele werkelijkheid binnen Gods schepping.
Voetnoten Hoofdstuk 1
- šāmajim — Strong H8064 (hemelen, meervoud)
- raqia‘ — Strong H7549 (uitspansel)
- tritos — Strong G5154 (derde)
- Overtreffende trap in het Hebreeuws (constructus)