DE DOOD – EINDE OF DOORGANG?
Deel 10 – De wegrukking en de opname: wat gebeurt daar werkelijk?
Hoofdtekst
Voor veel gelovigen is de “opname” of “wegrukking” een bekend begrip.
Men denkt aan een plotseling moment waarop gelovigen van de aarde verdwijnen en naar de hemel gaan.
Maar wat zegt de Schrift werkelijk?
Wanneer vindt dit plaats?
En wie zijn daarbij betrokken?
Om dit te begrijpen, moeten we beginnen bij de woorden van de apostel Paulus zelf.
Hij schrijft:
“Want de Heer Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel.
En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.
Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heer in de lucht.
En zo zullen wij altijd bij de Heer zijn.” — 1 Thessalonicenzen 4:16-17
Let zorgvuldig op de volgorde.
Het eerste wat gebeurt is niet de opname van levende gelovigen.
Het eerste wat gebeurt is: de opstanding van de doden die in Christus zijn.
Dit bevestigt opnieuw wat we eerder zagen: De doden zijn dood.
Zij moeten eerst worden opgewekt.
Pas daarna volgt de opname van de levenden.
Een verborgen geheimenis
Paulus noemt dit gebeuren een geheimenis:
“Zie, ik vertel u een geheimenis:
Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden,
in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin.
Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.”
— 1 Korinthe 15:51-53
Hier zien we opnieuw twee groepen: de doden worden opgewekt
en de levenden worden veranderd
Beiden ontvangen onsterfelijkheid.
Het doel: gelijkvormig worden aan Christus
Paulus beschrijft ook het resultaat:
“Maar ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.” — Filippenzen 3:20-21
Dit is het doel.
Niet ontsnapping uit het lichaam.
Maar verandering van het lichaam.
Niet voortleven als ziel.
Maar leven als onsterfelijk mens.
Zoals Christus.
Dit is de eerste opstanding
Dit moment behoort tot wat de Schrift noemt:
de eerste opstanding
Zoals we eerder zagen:
“Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding.” — Openbaring 20:6
Dit is de opstanding van hen die bij Christus horen.
Waarom worden zij opgenomen?
De Schrift zegt:
“Daarna zullen wij… opgenomen worden… naar een ontmoeting met de Heer in de lucht.”
— 1 Thessalonicenzen 4:17
Het woord “ontmoeting” was in de oudheid een bekend begrip.
Het beschrijft een groep mensen die een komende koning tegemoet gaat om hem te begeleiden bij zijn aankomst.
De gelovigen ontmoeten Christus om met Hem te zijn.
En om met Hem te delen in Zijn heerlijkheid.
Dit is het moment waarop sterfelijkheid eindigt
Paulus schrijft:
“Dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.” — 1 Korinthe 15:53
Hier eindigt de sterfelijkheid.
Hier wordt de dood overwonnen.
Niet door de ziel.
Maar door opstanding en verandering.
Waarom dit belangrijk is
De opname bevestigt opnieuw:
De hoop van de gelovige ligt niet in sterven.
Maar in opstanding.
Niet in het verlaten van het lichaam.
Maar in de verandering van het lichaam.
God redt de mens als mens.
Niet als ziel zonder lichaam.
Samenvatting
De Schrift leert:
Christus zal terugkomen.
De doden in Christus zullen eerst worden opgewekt.
Daarna zullen de levenden worden veranderd.
Samen zullen zij de Heer ontmoeten.
Zij zullen onsterfelijkheid ontvangen.
Doordenkvraag
Is uw hoop gericht op sterven — of op de opstanding en verandering die Christus heeft beloofd?
Als bijlage enkele pagina’s uit mijn boek:
❺ De wegrukking: overkleed worden
Ook in de 2e Korinthe brief spreekt Paulus over het moment van de wegrukking, maar dat wordt zelden gezien, omdat hij hier andere bewoordingen gebruikt dan in 1 Korinthe 15 en 1 Thessalonicenzen
- Paulus spreekt hier over ons lichaam, de uiterlijke mens, die nu eenmaal aan het verderf [de vergankelijkheid] is onderworpen [4:16]. Hij ziet uit naar de heerlijkheid die wij zullen ontvangen [4:17].
① Is mijn lichaam een tent?
2 Korinthe 5 1 Want wij weten, dat als ons aardse woonhuis van de tent afgebroken wordt…
Tent Paulus vergelijkt hier ons lichaam met een tent. Het “aardse woonhuis” waarin wij wonen, ons lichaam, is slechts een tijdelijke verblijfplaats, zoals een tent dat ook is. Vandaar dat het wordt afgebroken, zoals wij bij een dood lichaam ook spreken van ontbinden.
2 Korinthe 5: 1 … wij een gebouw vanuit God hebben, een woonhuis niet met handen gemaakt, aeonisch, in de hemelen.
Tent vs gebouw Als ik sterf, zal ik dit lichaam weliswaar afleggen, maar God zal in de opstanding mij een nieuw lichaam geven. Dat lichaam is geen kortstondige woning, zoals een tent, maar wordt hier vergeleken met een gebouw en een woonhuis. Een tijdelijke tent tegenover een solide en vaste woonplaats. Mijn lichaam is een aards woonhuis, maar het nieuwe lichaam een hemels woonhuis. Dit lichaam gaat een paar decennia mee, maar het opstandingslichaam zal mijn woning zijn gedurende de aeonen [en verder].
2 Want ook in dit zuchten wij: wij verlangen ernaar met onze behuizing vanuit de hemel overkleed te worden.
② Dit lichaam, deze tent
Het woord dat hier vertaald is met 'dit' is het Grieks toutō dat zowel met 'dit' als met 'deze' kan worden weergegeven. Paulus verwijst hier naar de tent , oftewel het lichaam. Hij zegt: 'In dit lichaam zucht ik,' of: 'In deze tent zucht ik.' Net zoals de hele schepping is onderworpen aan zinloosheid en vergankelijkheid [Romeinen 8:20- 21], zo ben ook ik, en daaronder zucht ik.
Paulus zegt hier dat wij ernaar verlangen om met onze behuizing vanuit de hemel overkleed te worden. Dat spreekt van het moment van de wegrukking, wanneer de levend overgeblevenen zullen worden veranderd. Hun “tent” wordt niet afgebroken, maar zij worden overkleed met hun behuizing vanuit de hemel.
3 Omdat, wanneer wij het aantrekken, wij niet naakt bevonden zullen worden, niet sterven, maar veranderd worden.
Stel dat ik nog leef als de bazuin klinkt, dan zal ik het aantrekken, namelijk mijn woonhuis uit de hemel, ik zal niet naakt bevonden worden. Naakt spreekt hier van het sterven. Dan leg ik immers alles af. Maar als ik met mijn behuizing vanuit de hemel bekleed wordt, terwijl ik nog in dit lichaam ben, word ik overkleed.
4 Want ook wij, die nog in de tent zijn, wij zuchten bezwaard, omdat wij niet uitgekleed, maar overkleed willen worden…
Dit vers lijkt erg op vers 2 waar Paulus al aangaf dat wij, nu we nog in dit lichaam zijn, zuchten. Ik zie uit naar het moment van de wegrukking, omdat, als ik levend overblijf tot die gebeurtenis, niet zal sterven. Ik word dan in één keer overkleed met “mijn behuizing uit de hemel”, mijn nieuwe lichaam.
4 … opdat het sterfelijke door het leven verzwolgen zal worden.
❻ Het sterfelijke verzwolgen
Uit wat Paulus hier zegt, blijkt wel dat hij het heeft over het moment dat de nog levenden bij de parousia van de Heer, zullen worden veranderd. Hij heeft het niet alleen over de doden, want dan zou hij hier kunnen zeggen: opdat het dode door het leven verzwolgen zal worden. Dat gebeurt óók, maar als hij het zo zou zeggen, zou het niet de hele lading dekken. Er zullen nog gelovigen leven op het moment van de wegrukking. Levend, maar niettemin sterfelijke mensen, dus vandaar: opdat het sterfelijke door het leven verzwolgen zal worden. Zoals hij ook zegt in 1 Kor.15:53: want dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aantrekken.
Bijlagen
Een aantal pagina's uit mijn boek
De Schrift kent geen hel
De waarheid is dat de Schrift geen ‘hel’ kent. De Schrift spreekt over oordelen en gerichten, dat is waar, maar dat is positief. Stel je voor dat alle ellende mee zou gaan naar een aionisch leven. De Bijbel heeft het over Gehenna, geheel ten onrechte vertaald met ‘hel’. Ieder degelijk handboek kan u vertellen dat Gehenna geen ‘hel’ betekent, maar het dal van Hinnom bij Jeruzalem.
Waar in de Bijbel staat er iets over de hel? Dat hangt er van af welke vertaling ik lees. In de Schriften komt het nergens voor.
In de Statenvertaling komt het woord hel 54 keer voor. In het OT is het de vertaling van het Hebreeuwse woord “Sheol”, als het zo uitkomt. Sheol wordt ook wel vertaald met “Graf” [Gen. 37:35]. In het NT van de SV komt het woord hel 24 keer voor. Het is hier de weergave van drie verschillende Griekse woorden:
Hades 9x - Tartarus 1x - Gehenna 12x
Hades betekent letterlijk: onwaarneembaar - ongezien
In de NBG vertaling komt ‘hel’ maar 12 keer voor, alleen in het NT, 11x in de Evangeliën en 1x in Jacobus, het is de weergave van het Griekse woord ‘Gehenna’, wat is dat, Gehenna? Het is de Griekse uitspraak van een Hebreeuwse naam: Gai [=dal] Hinnon. Dit dal ligt ten zuidwesten van de oude stad Jeruzalem.
Paulus, de apostel der heidenen [mijn apostel], gebruikt het woord nooit!
In de NBV21 vertaling is het woord hel verdwenen, daar hebben ze het woord Gehenna onvertaald gelaten.
❸ Oordelen
Nooit hebben Gods oordelen in de Schrift het laatste woord, Ps.30:6 Want een moment duurt Zijn boosheid, maar een leven lang Zijn welbehagen. In de avond overnacht het huilen, maar in de ochtend is er gejubel.
Psalm 138:8 Want God laat niet varen de werken van zijn handen.
In veel vertalingen wordt dit vers als volgt weergegeven: Statenvertaling: “De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid; laat niet varen de werken Uwer handen.
Herziene Statenvertaling: De HEERE zal het voor mij voltooien; HEERE, Uw goedertierenheid is voor eeuwig; laat de werken van Uw handen niet los..
SW: 8 JAHWEH zal het voor mij volledig maken. JAHWEH, Uw getrouwheid is voor de aion. Het moet niet zo zijn dat U de daden van Uw handen laat vallen.
NBV: 8De HEER zal mij altijd beschermen. HEER, uw trouw duurt eeuwig, laat het werk van uw handen niet los.
NBG: 8De Here zal het voor mij voleindigen. O Here, uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Laat niet varen de werken uwer handen.
God is goed, wie iets anders beweert, kent Hem domweg niet. Het Evangelie is de mededeling dat Christus Jezus zichzelf gaf tot een losprijs voor allen [1Tim.2:6]. Elk mens is het eigendom van Christus Jezus. Hij is Heer van allen [Rom.10:12 12Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen ]! Dat is omdat God wil dat alle mensen gered worden en komen tot kennis van die waarheid [1Tim.2:4 4die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen]. En aangezien Hij GOD is, IS Hij ook daadwerkelijk een Redder van alle mensen [1Tim.4:10 de levende God, die een Heiland is voor alle mensen]. Niet volgens de prediker op het podium van een dienst en op het podium van ‘Opwekking’ maar wel volgens het Evangelie dat Paulus als apostel en leermeester van de natiën, als een heraut bekendmaakte [1Tim.2:7]. Niet allemaal tegelijk, een ieder in zijn eigen rangorde, de ongelovigen maken een omweg.
Zegt dat voort! Want hoe zouden mensen dat kunnen geloven als het hen niet verteld wordt?
❹ Worstelen
Er was een tijd dat ik worstelde met de volgende teksten als het over hel en of verloren gaan ging:
Er staat immers: een ieder die in Hem gelooft zal behouden worden. Dat klinkt alsof je kunt dus kiezen om Hem aan te nemen als je
Verlosser of niet. Hij is voor alle mensen gestorven en de hele wereld is door Hem gered. Maar je moet er wel voor kiezen om gered te willen worden. Anders ga je verloren. Niet Gods bedoeling, wel je eigen keus. Een zaak van leven of dood dus.
Is dat zo? - Dit staat toch haaks op andere teksten?
Volgens de Bijbel is voor eeuwig bij God leven toch echt voor de mensen die Hem hebben aangenomen als hun Heer en Heiland. Jezus spreekt in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus ook over een hemel en hel. Het gaat niet om het hopen dat de meerderheid van de mensen naar de hel gaat, maar wel om een vrije keus voor iedereen om voor of tegen God te kiezen.
God heeft genoeg liefde voor alle mensen. Helaas hebben veel mensen hun hart gesloten voor Hem.
Tegelijk geloof ik ook dat er voor vergeving en eeuwig heil toch ook echt geloof in Hem nodig is. De bijbel is daar toch heel duidelijk over.
❺ Voor alle mensen
Toch past dit niet bij de God van de Schriften, de God die lief heeft en alle mensen zal redden. Wat een worsteling, wat een spagaat.
1 Tim. 4:10 NBG 10 Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.
1Kor.15:22 2Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
Kol.1:20 20en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.
❻ Hoe kom je uit deze spagaat?
Joh. 3:16 16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Ik geloof zeker met heel mijn hart dat wie niet gelooft in Christus, verloren is en men slechts door geloof in Hem gered wordt en zo het eeuwige leven ontvangt. De bottleneck zit ‘m in het verstaan van wat eeuw-ig en eeuw-igheid betekent. Dat ik een streepje na eeuw schrijf is met opzet en geen verschrijving. Het is om aan te geven dat deze begrippen verband houden met eeuw. Helaas is deze waarheid in de gangbare Bijbelvertalingen weggemoffeld. Oorspronkelijk staat er in het Grieks van de Bijbel: aion. Een aion is geen ‘eindeloze eeuwigheid’ maar een wereldtijd met een begin en een einde. Zo spreekt de Schrift over “vóór de aionen” 1Kor.2:7 SW: 7 maar wij spreken wijsheid van God in een geheim dat verhuld was, dat God tevoren bestemd had, vóór de aionen, tot in onze heerlijkheid, maar ook over “de voleinding der aionen” Hebr.9:26 SW 26 anders was het voor Hem bindend vele malen te lijden vanaf de neerwerping van de wereld. Maar nu, één maal, bij de voltooiing van de aionen, tot afschaffing van de zonde, door Zijn offer, is Hij openbaar gemaakt.
Bij de terugkeer van Christus breekt geen eindeloze eeuwigheid aan maar vangen “de toekomende aionen” aan. Ef.2:7 SW: 7 opdat Hij, in de opkomende aionen, de overtreffende rijkdom van Zijn genade zou betonen, in vriendelijkheid naar ons in Christus Jezus. De aionen waarin Hij zal heersen. Wie niet gelooft zal deze aion[en] niet meemaken. Verloren zijn, dat is de zogenaamde eeuw-ige straf, Mat.25:46 SW: 46 En dezen zullen wegkomen tot in aionische tuchtiging, maar de rechtvaardigen tot in het aionische leven. Wie echter geloven zullen deze aion wel meemaken en ontvangen daarmee het eeuw-ige leven. Dat is het leven van de toekomende eeuw, Lucas 18:30 SW: 30 die niet veelvoudig terug zal krijgen in deze periode en in de komende aion aionisch leven.
Er is dus een groot verschil tussen degene die gelooft en wie niet gelooft. Maar ook over “de voleinding der aionen”, Hebr.9:26 SW: 26 anders was het voor Hem bindend vele malen te lijden vanaf de neerwerping van de wereld. Maar nu, één maal, bij de voltooiing van de aionen, tot afschaffing van de zonde, door Zijn offer, is Hij openbaar gemaakt.
❼ Maar gaat God dan toch niet alle mensen redden?
Is dit alles in strijd met het idee dat God iedereen redt, rechtvaardigt, levend maakt en verzoent? Totaal niet, zou aion een eindeloze eeuwigheid zijn, ja, dan uiteraard wel. Dan zou aan het eeuwig oordeel of aan de eeuwige straf geen einde komen. Maar aangezien in de Schrift aionen verband houden met tijdperken, “aionische tijden”; 2Tim.1:9 SW: 9 van Die ons redt en roept in een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die aan ons wordt gegeven in Christus Jezus vóór aionische tijden,
Er is dan ruimte voor ‘eind goed, al goed’. Dan hoeven we geen Schriftplaatsen weg te strepen of van de universele teksten weg te kijken maar dan kunnen we alles aannemen wat de Schrift zegt. Zowel over oordeel en straf als ook over een alomvattende redding.
Christus zal heersen “tot in alle eeuwigheden” zegt de vertaling van Openbaring 11:15, SW: 5 En de zevende boodschapper blaast de bazuin. En er kwamen grote stemmen in de hemel, zeggend: "Het koninkrijk van de wereld werd van onze Heer en van Zijn Christus en Hij zal koning zijn tot in de aionen van de aionen." Amen.
Maar letterlijk staat er: tot in de aionen der aionen. Is dat voor altijd? Nee, want Christus moet heersen “totdat”, 1Kor.15:25 SW: 25 Want het is voor Hem bindend koning te zijn, totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten zal plaatsen.
Totdat Hij de dood als laatste vijand zal hebben teniet gedaan. Hoe? Door alle mensen levend te maken, 1Kor.15:22 SW: 22 Want net zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden,! Want wanneer allen levend zijn gemaakt, dan is er geen dood meer. Pas dan zal Christus zijn heerschappij tot een succesvol einde hebben gebracht en een volmaakt Koninkrijk aan zijn God en Vader teruggeven. En God zal worden “alles in allen”, 1Kor.15:26-28 SW: 26 De laatste vijand wordt buiten werking gesteld: de dood, [Openb. 20:14] 27 want alles onderschikt Hij onder Zijn voeten. Maar wanneer ook maar Hij zal zeggen dat alles onderschikt is, dan is dat duidelijk buiten Hem Die aan Hem het al onderschikt. [Psalm 8:6] 28 En wanneer ook maar aan Hem alles zal worden onderschikt, dan zal de Zoon ook Zelf onderschikt worden aan Hem Die Hem alles onderschikt, opdat God zal zijn alles in allen.
Johannes 3 vers 16 NBG 16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Deze tekst is erg bekend, honderden keren gehoord. Maar hoe bekend is het als ik geen idee heb van wat “het eeuw-ige leven” is? Hoe bekend is het als ik geen raad weet met Johannes 3 vers 17 NBG: 17Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde en dit heb ik helaas veel te weinig gehoord. Terwijl dat vers nu juist een nadere verklaring is van het voorgaande vers.
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.
SW: 16 Want God heeft de wereld zo lief, dat Hij Zijn Zoon, de enigverwekte, geeft, opdat elke in Hem gelovende toch niet verloren zal gaan, maar dat hij aionisch leven zal hebben. [Rom. 5:8] - [Joh. 10:28]
17 Want God vaardigt Zijn Zoon niet af tot in de wereld opdat Hij de wereld zou oordelen, maar opdat de wereld door Hem gered zal worden. [Joh. 5:22,30] - [Joh. 12:47]
God heeft de wereld lief en gaf zijn Zoon om die wereld te redden. En God bereikt altijd zijn doel, want Hij is GOD! Zijn Zoon heet daarom “de Redder der wereld”, Joh.4:42 SW: 42 Tot de vrouw zeiden zij bovendien: "Wij geloven niet meer vanwege jouw spreken, want wij hebben zelf naast Hem gehoord en wij hebben waargenomen dat deze waarlijk de Redder van de wereld is, de Christus.; 1Joh.4:14 SW: 14 En wij hebben gadegeslagen en geven getuigenis dat de Vader de Zoon heeft afgevaardigd als Redder van de wereld.
Ja, de GOD van de Bijbel laat niet met zich spotten. Zijn oordelen kunnen heftig zijn. Maar het is altijd ‘noodzakelijk kwaad’, nooit definitief en nimmer van harte, Klaagl.3:33 33 Want Hij vernedert niet, noch kwelt Hij de zonen van de mens, vanuit Zijn hart. Ten opzichte van zijn goedertierenheid die levenslang is, duurt zijn toorn slechts een ogenblik [Ps.30:]. De Bijbel spreekt ook niet van ‘eeuwigheid’ maar van ‘aeonen’. Dat zijn wereldtijdperken die zowel een begin als een einde hebben. De Schrift kent trouwens ook geen ‘hel’ maar spreekt van Gehenna, dat is het dal van Hinnom bij Jeruzalem. Wat de Schrift in deze leert is van een totaal andere orde dan wat de kerkleer hiervan gemaakt heeft.
De Statenvertalers, beïnvloed door de heersende opvattingen van hun tijd, hebben 'Sheol' en 'Hades' te vaak met 'hel' vertaald, waardoor de indruk werd gewekt dat mensen na de dood direct naar een plaats van eeuwige pijniging gaan. Moderne vertalingen, zoals de NBG en de NBV, proberen deze vertaalfouten te corrigeren door de oorspronkelijke betekenissen van deze woorden beter te weerspiegelen.
De Statenvertaling spreekt over het idee van de hel in verschillende passages, maar het concept zoals wij dat kennen is door de eeuwen heen geïnterpreteerd en soms uitgebreid door verschillende theologische tradities. Er zijn verschillende teksten waarin "hel" of gerelateerde begrippen worden genoemd.
Mattheus 25 41Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.
Maar als ik dit in de Schriftwoord vertaling lees [een zo concordant mogelijke Bijbelvertaling] dan ziet dat er anders uit:
41 Dan zal Hij ook tot die aan de linkerkant uitspreken: 'Gaat weg van Mij die vervloekt zijn, tot in het aionische vuur, dat gereed gemaakt is voor de duivel en voor zijn boodschappers. [Matt. 7:23] - [Openb. 20:10].
Het Gehenna-vuur: In het Nieuwe Testament gebruikte Jezus vaak het woord "Gehenna" om te spreken over een plaats van oordeel. Gehenna was oorspronkelijk een vallei buiten Jeruzalem die werd geassocieerd met afvalverbranding en afgoderij. Ook de lijken van misdadigers werden hier verbrand, deze mochten om religieuze redenen niet begraven worden.
Gehenna was oorspronkelijk een vallei buiten Jeruzalem die werd geassocieerd met afvalverbranding en afgoderij.
❽ Zou de grote Schepper God van het universum zó ongevoelig en liefdeloos kunnen zijn?
De Bijbel zegt weliswaar dat God “een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen” Handelingen 17:31 31omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken.
Op dat moment zullen degenen die zich hebben bekeerd en Jezus Christus als hun Verlosser hebben, het eeuwige leven ontvangen. 'En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven waardoor wij moeten behouden worden.”
Handelingen 4:12, NBG 12En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. SW 12 En er is in niemand anders redding, want ook is er geen andere naam onder de hemel die werd gegeven aan mensen, in welke het bindend is dat wij gered worden. [Matt. 1: :21]
Maar wat zal er op dat moment gebeuren met de mensen, die de naam van Jezus zelfs nog nooit hebben gehoord of ermee in aanraking zijn gekomen? Zullen zij jammerend in het hellevuur worden geworpen samen met degenen die God bewust haten en verachten? Is dat de liefde van God?
Slechts een minderheid van de bevolking op aarde claimt christelijk te zijn. Degenen die het christendom aanhangen, maken ongeveer een derde van de hele wereldbevolking uit. Grote aantallen van het andere twee derde gedeelte hebben nooit de gelegenheid gehad om zich werkelijk te bekeren en Christus aan te nemen als Verlosser alleen al vanwege de plaats waar zij leven. Miljoenen anderen door de eeuwen heen hebben vanwege de tijd waarin zij leefden ook nooit die mogelijkheid gehad. Zou het eerlijk en rechtvaardig zijn als God hen aan dezelfde straf zou onderwerpen?
Deze vragen zijn noch triviaal, noch hypothetisch. Ze hebben betrekking op de overgrote meerderheid van alle mensen die ooit hebben geleefd
Gelukkig is er een Evangelie, een goed bericht voor alle mensen. Sommigen maken een omweg maar Jezus is redder van alle mensen.