De Bijbel heeft geen humor? Dat is een misverstand

Het idee dat de Bijbel geen humor kent, berust op een misverstand. De humor van de bijbelschrijvers is vaak subtiel en vraagt om aandachtig lezen. Er worden geen platte grappen verteld, maar het is onjuist om te denken dat de Bijbel uitsluitend plechtig en ernstig is. Integendeel: vooral ironie speelt een grote rol, met name in de manier waarop mensen en hun daden worden beschreven. In wat volgt geef ik enkele voorbeelden. De humor in persoonsnamen laat ik buiten beschouwing, omdat die meestal onvertaalbaar is.

 

De eerste wrange humor treffen we al aan in het verhaal over Adam en Eva. In Genesis 3 gebeurt iets wat in veel relaties herkenbaar is: de ene partner gaat de fout in, terwijl de ander erbij staat en niets doet (vers 6). Adam grijpt niet in. Blijkbaar durft hij Eva niet tegen te houden, of is hij te afhankelijk van haar. Het zwijgen van Adam spreekt boekdelen.

In Genesis 11:1–9 weigert de mensheid zich over de aarde te verspreiden. In plaats daarvan besluit men samen een toren te bouwen die tot in de hemel reikt. Maar hoe indrukwekkend is die toren eigenlijk? De verteller schrijft niet dat de HEER “even ging kijken”, maar dat Hij moest neerdalen om het bouwwerk te bekijken (vers 5). Dat is scherpe humor: de toren is zo nietig dat God helemaal naar beneden moet komen om er iets van te kunnen zien.

Er worden in de Bijbel geen vette moppen getapt, maar het is een misverstand dat alle verhalen saai en plechtig zijn.

Ook Aarons smoes in Exodus 32 is ronduit komisch. Terwijl Mozes op de berg is, maakt het volk een gouden kalf — een flagrante overtreding van Gods gebod (verzen 1–5). Wanneer Mozes Aäron hierop aanspreekt, wast deze zijn handen in onschuld. Hij beweert doodleuk dat het goud vanzelf de vorm van een kalf aannam: ‘Ik gooide het in het vuur, en dit kalf kwam eruit tevoorschijn (vers 24). Alsof hij er zelf niets mee te maken had.

Echte ironie vinden we ook in het verhaal van de ziener Bileam. Het is nota bene zijn ezelin die ziet wat hij niet ziet: de engel die hem de weg verspert (Numeri 22:22–35). De professionele ziener is blind voor de werkelijkheid, terwijl een dier wél inzicht heeft. De verteller suggereert daarmee pijnlijk dat een ezel hier beter over God spreekt dan Bileam zelf.

Hetzelfde ironische motief speelt een rol in Johannes 9, het lange verhaal over de genezing van een blinde man. De vraag is steeds: wie is hier nu werkelijk blind? De ironie is scherp: juist de Joodse leiders, die pretenderen alles te weten, blijken stekeblind voor wie Jezus is en wat zijn optreden betekent. Jezus keert de rollen om.

In 1 Samuel 24 moet koning Saul zijn behoefte doen in een grot. Juist daar bevindt zich David, die voor Saul op de vlucht is. De situatie is kwetsbaar — en bijna ongemakkelijk om je voor te stellen. David krijgt de kans Saul te doden, maar snijdt slechts een stuk van diens koningsmantel af. Saul staat er letterlijk en figuurlijk onthand bij. Tegelijk is dit een symbolische daad: de mantel staat voor Sauls koningschap, dat hem zal worden ontnomen.

In 1 Koningen 18 drijft Elia openlijk de spot met de priesters van Baäl. Hun god — nota bene een storm- en vuurgod — blijkt niet in staat om zelfs maar een vonk te leveren. Nadat de vierhonderd priesters de hele ochtend hebben geschreeuwd, gesprongen en gedanst (vers 26), moedigt Elia hen spottend aan om het nog harder te proberen: ‘Hij is vast in gedachten. Of hij heeft zich afgezonderd! Of hij is op reis. Misschien slaapt hij wel en moet hij wakker worden!’ (vers 27). Effectiever kun je een god en zijn volgelingen nauwelijks vernederen.

Dat doet denken aan Jesaja 44:9–20, waar het maken van afgodsbeelden meesterlijk wordt bespot. Dezelfde houtblok dient om een vuur aan te maken én om een god te snijden. De spot is vernietigend.

In het gesprek over het betalen van belasting aan de keizer zetten Jezus’ tegenstanders zichzelf te kijk. Zij doen alsof zij principieel tegen de belasting zijn, maar blijken zelf probleemloos een munt bij zich te hebben — mét het beeld van de keizer erop (Mattheüs 22:15–22). Jezus heeft er zelf geen. De ironie is onmiskenbaar.

Even later verwijt Jezus hun dat zij pietluttig nauwkeurig zijn in kleine religieuze zaken, maar de grote waarden vergeten: recht, barmhartigheid en trouw. Hij vergelijkt hun houding met iemand die een mug uit zijn drankje zeeft, maar een complete kameel doorslikt (Mattheüs 23:23–24). Probeer je dat eens voor te stellen.

Ook het verhaal van de Emmaüsgangers is ironisch van aard. Zij vertellen uitvoerig over Jezus… tegen Jezus zelf, zonder Hem te herkennen (Lukas 24). Om je naar te lachen — maar tegelijk confronterend. Herkennen wij zijn aanwezigheid altijd meteen?

Lukas heeft duidelijk gevoel voor vertelkunst. In Handelingen 5 zitten de apostelen gevangen en worden zij door de Joodse leiders ontboden voor verhoor. Alles staat keurig klaar, maar de gevangenen zijn spoorloos verdwenen. De deuren zitten nog op slot, de bewakers staan er — en ondertussen blijken de apostelen doodgemoedereerd in de tempel te onderwijzen.

Handelingen 12 is opnieuw een schitterend ontsnappingsverhaal. De gemeente bidt vurig voor Petrus’ bevrijding (vers 5), maar wanneer het daadwerkelijk gebeurt, gelooft niemand het. Petrus zelf denkt dat hij droomt (vers 9). En als hij aanklopt bij het huis waar men bidt, laat het dienstmeisje hem van schrik gewoon buiten staan. Binnen gelooft men haar niet eens (verzen 13–16). Gebeden verhoord — maar niemand die het verwacht.

Ten slotte laat Lukas in Handelingen 19 zien hoe absurd religieuze massahysterie kan zijn. In Efeze breekt een enorm oproer uit ter ere van Artemis. Het theater stroomt vol, de menigte schreeuwt, maar de meesten weten niet eens waarom (vers 32). De stadssecretaris sust de boel met de droge opmerking dat Artemis’ grootheid beter bewezen wordt door rust te bewaren dan door de stad af te breken. Einde oproer.

En dan heb ik nog niets gezegd over het grappigste Bijbelboek van allemaal: Jona. Dat moet je zelf maar lezen. Hoe een vrome profeet zichzelf keer op keer belachelijk maakt — minstens vier keer. Maar dat is een verhaal op zich.

De Bijbel Heeft Geen Humor Pdf
PDF – 144,6 KB 2 downloads