DE DOOD – EINDE OF DOORGANG?

Deel 6 – Het oordeel: wat is dat werkelijk?

Hoofdtekst

Wanneer de Bijbel spreekt over opstanding, spreekt zij ook over oordeel.

Voor velen roept dit woord direct angst op.

Men denkt aan een definitieve uitspraak, een onherroepelijk vonnis, een eeuwige bestemming die nooit meer veranderd kan worden.

Maar wat zegt de Schrift zelf over oordeel?

Om dit te begrijpen, moeten we beginnen bij een fundamenteel moment dat nog in de toekomst ligt.

De apostel Johannes beschrijft dit moment:

En ik zag een grote witte troon en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend. En nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens.
En de doden werden geoordeeld op grond van wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken. En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren. En zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken
.”  Openbaring 20:11-13

Let op wat hier gebeurt.

De doden staan voor God.

Niet de levenden.

Niet onsterfelijke zielen die al ergens leven.

Maar de doden die zijn opgewekt.

Dit bevestigt opnieuw dat oordeel plaatsvindt ná de opstanding.

Oordeel volgt op opstanding

Jezus Zelf zegt:

Want de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven…
Verwonder u hierover niet, want de ure komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruit gaan:
wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding van het leven, en wie het kwade gedaan hebben, tot de opstanding van het oordeel
.”
Johannes 5:22, 28-29

Hier zien we dezelfde volgorde:

Eerst: opstanding.

Daarna: oordeel.

Het oordeel vindt plaats nadat de mens uit de dood is opgewekt.

Wat is het doel van oordeel?

Oordeel betekent in de Bijbel niet willekeurige veroordeling.

Het betekent:

rechtzetten

scheiden

recht doen

Paulus schrijft:

Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.  — 2 Korinthe 5:10

En ook:

Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.  — Romeinen 14:12

Oordeel is dus een moment van waarheid.

Alles wordt zichtbaar.

Niets blijft verborgen.

Oordeel is rechtvaardig

De Schrift benadrukt dat Gods oordeel rechtvaardig is.

Paulus schrijft:

God zal ieder vergelden naar zijn werken: eeuwig leven aan hen die, door volharding in het goede werk, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken;
maar toorn en gramschap over hen die twistziek zijn en de waarheid ongehoorzaam, maar de ongerechtigheid gehoorzaam zijn.
— Romeinen 2:6-8

God oordeelt niet willekeurig.

Hij oordeelt rechtvaardig.

Oordeel is niet het einde van Gods plan

Veel mensen denken dat oordeel het definitieve eindpunt is.

Maar de Schrift laat zien dat oordeel een onderdeel is van een groter plan.

Paulus schrijft:

Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.”1 Korinthe 15:22

En even verder:

De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.  — 1 Korinthe 15:26

Als de dood uiteindelijk wordt tenietgedaan, betekent dit dat Gods plan verder reikt dan dood en oordeel.

Oordeel is geen doel op zichzelf.

Het is een fase binnen Gods plan.

God heeft het oordeel aan Christus gegeven

Dit is van groot belang.

Jezus zegt:

De Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven.”
Johannes 5:22

Dezelfde Jezus die Zijn leven gaf voor de wereld…  zal ook oordelen.

Dezelfde Jezus die bad:  “Vader, vergeef het hun” zal rechtspreken.

Dit oordeel staat dus niet los van Gods liefde, maar maakt er deel van uit.

Waarom dit belangrijk is

Het oordeel is geen willekeurige daad van een boze God.

Het is de rechtvaardige handeling van de Schepper.

Het maakt duidelijk dat het kwaad niet het laatste woord heeft.

Maar ook dat de dood niet het laatste woord heeft.

Gods plan eindigt niet met oordeel.

Maar met leven.

Samenvatting

De Schrift leert:

  • alle doden zullen worden opgewekt
  • daarna zullen zij worden geoordeeld
  • dit oordeel is rechtvaardig
  • het oordeel is een fase binnen Gods plan

Gods doel is groter dan dood en oordeel.

Doordenkvraag

Als je weet dat God rechtvaardig oordeelt, wat betekent dat voor jouw vertrouwen in Hem?

 

Als bijlage een aantal pagina's uit mijn boek:

  1. Het podium van Christus

Wat betekent mijn huidige leven in dit geheel?

Paulus verlangde er eerder naar om bij de Heer thuis te zijn en niet langer in dit lichaam te verblijven. Hoe dan ook, hij zei er een eer in te stellen om waardig te wandelen voor de Heer [Kol. 1:10; 1 Thess. 2 :12]. Want hoewel dit lichaam tijdelijk en dit leven vergankelijk is, heeft mijn aardse leven wel degelijk invloed op het hemelse Dat maakt het ook duidelijk in het volgende vers:

2 Korinthe 5: 10 NBG 10Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

10 Want wij moeten allen voor het podium van Christus verschijnen, opdat een ieder voor zichzelf als beloning zal ophalen voor dat wat hij door het lichaam verricht, hetzij goed, hetzij slecht.

Geen rechterstoel

Allen zullen verschijnen voor het podium van Christus. Dit betekent dat iedereen, gelovigen en ongelovigen, zich bewust zal worden van hun relatie tot Christus. In het bredere theologische kader wordt dit podium vaak gezien als een plaats van openbaring en erkenning, waar de waarheid over het leven en geloof van ieder individu duidelijk wordt gemaakt, niet noodzakelijk als een plaats van veroordeling voor degenen die gerechtvaardigd zijn. De gangbare vertalingen geven dit meestal weer met “de rechterstoel van Christus”. Maar Hij zal vanaf die plek geen recht over mij spreken, ik ben immers gerechtvaardigd, Rom.5:1. Het begrip 'gerechtvaardigd uit het geloof' betekent dat mijn relatie met God gebaseerd is op geloof in Christus, niet op mijn eigen werken. Hierdoor sta ik vrij van veroordeling en ben ik in vrede met God, wat maakt dat het podium van Christus geen plaats van oordeel maar van erkenning en bevestiging is. Romeinen 5:2 [HSV] 2door wie wij ook de toegang hebben verkregen [in het geloof] tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods.

Het Griekse woord dat vertaald is met podium, is bēmatos en dat betekent letterlijk zoveel als een opstap. Deze letterlijke betekenis versterkt de symboliek van het podium, omdat het een plaats aanduidt waar men voor iets belangrijks verschijnt of een hoger perspectief krijgt. Het benadrukt de rol van het podium als een plek van openbaring en erkenning in het bredere theologische betoog. In Hand.7:5 gaat het over Abraham, die hoewel in het beloofde land, daarin geen bezit had, zelfs geen voetstap. Dit voorbeeld onderstreept het thema van geloof en rechtvaardiging, omdat Abraham vertrouwde op Gods belofte, zelfs zonder tastbaar bewijs of bezit. Zijn vertrouwen dient als een illustratie van hoe geloof wordt gezien als de basis voor rechtvaardiging in het Bijbelse narratief.

Het werk van de Heer

Bij de bēma zal beoordeeld worden wat God in mijn leven heeft kunnen uitwerken. Een ieder zal zijn eigen loon in ontvangst nemen naar zijn eigen arbeid [1 Kor.3:8]. Die arbeid bestaat niet uit mijn werken, maar wordt bekroond naar de mate waarin ik standvastig heb gestaan op Zijn beloften en Zijn werk. Niet mijn werk, maar het werk van de Heer.

1 Korinthe 15 58 Zodat, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onverzettelijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer. Jullie weten, dat jullie arbeid niet voor niets is in de Heer.

Bij de bema word ik niet geoordeeld, maar worden mijn werken beoordeeld. Dan zal niets verborgen blijven en zal ook bekend zijn met welke motieven ik de dingen gedaan heb.

1 Korinthe 4 5 Zodat: oordeel niet iets vóór de bestemde tijd, totdat de Heer komt, die ook de verborgen dingen van de duisternis aan het licht zal brengen, en die de raadslagen van de harten openbaar zal maken. En dan zal de lof van God aan een ieder komen.

Goud, zilver en kostbare stenen, of: hout, hooi en stro

In 1 Korinthe 3 zegt Paulus dat wij kunnen bouwen met goud, zilver en kostbare stenen. Dat wijst op onvergankelijke zaken en op wat God tot stand brengt. Of wij kunnen bouwen met hout, hooi en stro. Dat verwijst naar dat wat de mens voortbrengt aan werken en redeneringen.

1 Korinthe 3 12 En indien iemand op dit fundament bouwt met goud en zilver, kostbare stenen, hout, gras, stro, 13 van ieder zal het werk openbaar worden. Want de dag zal het duidelijk maken, omdat het door vuur wordt onthuld. En het is het vuur, dat ieders werk zal toetsen, van welke aard het is. 14 Indien iemands werk, dat hij erop bouwt, zal blijven, dan zal hij loon in ontvangst nemen. 15 Indien iemands werk verbrand zal worden, dan zal het verbeurd worden, en zelf zal hij gered worden, maar zo, als door vuur heen.

Onvergankelijk

De redding van de gelovige is hier niet in het geding [1 Kor.3:15], ik ben verzegeld met Zijn geest [Ef.1:13]. Ik ben het ook niet zelf die beoordeeld wordt, maar mijn werken. Daarvan zal blijken of ze de toets kunnen doorstaan. Alles wat ik in vertrouwen op Zijn werk heb gedaan zal de toets doorstaan: goud, dat spreekt van de onvergankelijke God, zilver van de losprijs die Hij betaald heeft voor allen en kostbare stenen spreken van Zijn veelkleurige wijsheid.

Ook ik bouw aan/op deze wereld, maar waarmee eigenlijk?

Vergankelijk

Hout [en delen] staat in een meervoud en zij staan voor woorden van menselijke wijsheid [1 Kor.2:13], de zogenaamde “redeneringen van de wijzen” [1 Kor.3:20]. Vernuftige constructies, maar net als hooi en stro [1 Petr.1:24] is het vergankelijk en zal het verdwijnen. In het beeld dat Paulus in 1 Korinthe 3 gebruikt, zal het verbranden: dan zal het verbeurd worden. Dat wil zeggen dat we het kwijtraken. Maar het is geen straf om dat te verliezen, ook dat is genade. Slechts wat er echt toe doet, is blijvend.

Wij allen voor Zijn podium

Paulus spreekt ook in Rom.14:10 over het podium van God. In dat verband gaat het erom dat wij ons niet zouden aanmeten dat de ander verantwoording aan ons schuldig is. Daarmee verheffen wij ons boven die ander en gaan als het ware op het podium zitten, de plek die alleen Hem toekomt. Maar straks zullen wij allemaal voor het podium van God gesteld worden en daarin zijn we allemaal gelijk.

Erekrans

Paulus noemt zijn lezers die gelovigen waren geworden doordat hij het evangelie aan hen mocht doorgeven: mijn erekrans [Fil.4:1; 1 Thess.2:19]. Daaruit blijkt dat God het werk beloont wat Hijzelf door Paulus gedaan heeft. Blijkbaar zal bij het erepodium zichtbaar zijn hoe God ons gebruikt heeft om anderen met het evangelie te bereiken. Uit hoe Paulus het zegt, blijkt dat bij de bema, de Filippenzen en Thessalonicenzen zullen fungeren als zijn erekrans. Zouden zij daar wellicht letterlijk in een kring om hem heen staan? Hoe dan ook: zij zullen voor Paulus een blijvende herinnering zijn aan zijn arbeid in de Heer [1 Kor.15:58]. Wij zullen na de wegrukking, bij de bema, met alle gelovigen voor het podium van Christus verschijnen en lof van Hem ontvangen. Dat wordt nog eens een geweldige samenkomst!

2. De wegrukking: samen-lot-bezitters van Christus

Romeinen 8 is een lang hoofdstuk waarin onder andere wordt gesproken over mijn leven op aarde tegenover de geweldige toekomst die ik heb [Rom.8:18]. Ik heb nu nog een vernederd en vergankelijk lichaam, maar mijn lichaam zal verlost worden en ik zal veranderd worden en een nieuw lichaam ontvangen [Rom.8:23; Fil.3:20-21].

De geest van de zoonstelling

God heeft mij Zijn geest gegeven [Ef.1:13] en dat is ook waar Romeinen 8 van spreekt. Ik leef weliswaar in het vlees [mijn lichaam] en in een sterfelijk lichaam, maar dat is slechts tijdelijk [Rom.8:11]. In dit lichaam ben ik “op reis” naar mijn bestemming: mijn roeping is dat ik zal worden aangesteld als zoon van God. Een zoon is een erfgenaam, of beter gezegd: een lot[sdeel]-bezitter. De roeping van de ecclesia [gemeente] is, dat zij als het lichaam van Christus, samen met Hem, deze hele schepping onder één Hoofd gaat samenbrengen [Ef.1:10]. Geplaatst worden in die positie, heet in Romeinen 8: aangesteld worden tot zoon of korter gezegd: zoonstelling.

Ik zal worden aangesteld als zoon van God

Maar ook al ben ik nu nog in het vlees [in mijn lichaam], Gods geest leidt mij. En die geest wordt in Romeinen 8 genoemd: de geest van de aanstelling tot zonen. Als toekomstige zoon van God, leidt Hij mij door Zijn geest naar die lotsbestemming.

Romeinen 8 15 Want jullie namen niet een geest van slavernij in ontvangst tot vrees, maar jullie namen de geest van de zoonstelling in ontvangst, in welke wij roepen: Abba! Vader!

Die wandel of reis naar mijn geweldige toekomst, doe ik niet vanuit het vlees, vanuit mijzelf, het is God die mij daarin leidt door Zijn geest.

16 De geest zelf getuigt samen met onze geest, dat wij kinderen van God zijn.

Zijn woord

Dat de geest getuigt, laat mij zien dat Gods geest ook Zijn woord is [Joh.6:63]. God spreekt tot mij door Zijn woord. En wanneer ik instem met dat woord, getuigt mijn geest samen met Gods geest.

Rom.8 17 En indien kinderen, dan ook lot-bezitters: lot-bezitters van God, en samen-lot-bezitters van Christus; wanneer wij namelijk samen lijden, is dat, opdat wij ook samen verheerlijkt zullen worden.

Lot-bezitters - erfgenamen

Nu ben ik nog een kind, maar straks zal ik ook lot-bezitter van God zijn. Lotbezitters ontvangen een lotsdeel. Ik deel in het bezit van de Vader! Dat het een lot-bezit is, wil zeggen dat het mij toevalt, het is mijn lot, Hij heeft dat zo bepaald. Het volk Israël ontving het land Kanaän en dat werd onder de stammen verdeeld door het lot te werpen [Joz.18:10; Hand.13:19]. Zo ontvingen alle stammen hun lotsdeel van het land.

Een lot-bezitter of zoon is zoveel meer dan een kind. Een kind is verwekt door de Vader, een zoon deelt in het bezit van de Vader!

Alles wat Christus ontvangt is ook mijn deel

Ik ben dus een lot-bezitters van God. Maar de zin in vers 17 gaat verder en vertelt mij ook wat ik precies ontvang. Ik ben samen-lot- bezitters van Christus. Dat betekent dat ik samen met Hem ontvang en alles wat Hij ontvangt, ook mijn deel is! En aan Hem is het al gegeven, zowel wat in de hemelen is, als wat op de aarde is [Ef.1:10]. Nu lijd ik nog en is deze heerlijke positie een verborgen positie. Christus is verborgen en miskend door de wereld en zo ben ik dat ook, maar dat zal veranderen.

Kolossenzen 3 1 Indien jullie dan samen met Christus opgewekt werden, zoek de dingen, die boven zijn, waar Christus is, die aan de rechterhand van God zit. Wees de dingen gezind, die boven zijn, niet de dingen op de aarde. 3 Want jullie stierven, en jullie leven is verborgen, samen met Christus, in God. 4 Wanneer Christus geopenbaard wordt, die ons leven is, dan zullen ook jullie samen met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Halleluja, Amen

Geopenbaard in heerlijkheid

Nu is het leven dat ik al heb ontvangen nog verborgen, net als Hij verborgen is, in de hemel. En daarom zoeken ik de dingen die boven zijn, waar Hij is. Maar hier vind ik [hier en nu op dit moment] de belofte dat als Hij geopenbaard wordt, ik samen met Hem geopenbaard zal worden. Daarvoor zal ik Hem tegemoet gaan bij de wegrukking, om met Hem te kunnen verschijnen in heerlijkheid. Dus als de Heer verschijnt aan Israël [en later aan de volkeren] en met die verschijning, geopenbaard wordt [Zach.14:4], zal ik daarbij zijn!

1. Wegrukking zonen van God

Ik deel in de positie van Christus. Zoals Christus nu verborgen en niet erkend wordt door de wereld, zo is dat ook met mij. Maar dat betekent ook, dat wanneer Christus Zijn positie gaat opeisen [Ps.2:8] en deze hele schepping gaat onderschikken, ik óók daarin zal delen en met Hem zal zijn. Als Hij wordt geopenbaard, word ik met Hem geopenbaard in heerlijkheid [Kol.4:4]. Ik ben samen-lot-bezitter van Christus. Gesteld worden in die positie heet in Romeinen 8: aangesteld worden tot zonen. Mijn toekomstige heerlijkheid vormt een groot contrast met het lijden van de tegenwoordige tijd.

Romeinen 8 17 En indien kinderen, dan ook lot-bezitters: lot- bezitters van God, en samen-lot-bezitters van Christus; wanneer wij namelijk samen lijden, is dat, opdat wij [o.a. ik] ook samen verheerlijkt zullen worden. 18 Want ik reken dat het lijden van de huidige tijd niet waardig is ten opzichte van de heerlijkheid, die onthuld zal worden tot in ons.

Niet waardig

In deze huidige tijd lijd ik en is verborgen wie ik ben. Dat lijden is, zoals het er letterlijk staat: niet waardig ten opzichte van de heerlijkheid die tot in mij onthuld zal worden. De meeste vertalingen geven weer dat het lijden niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, of iets dergelijks. Maar Paulus zegt het nog krachtiger, hij wil die twee niet eens vergelijken. Ik denk aan, al het lijden van deze wereld letterlijk in het niet valt bij de toekomstige heerlijkheid! En er is heel veel lijden, dat is algemeen bekend [Je hoeft het journaal maar aan te zetten]. Hoe geweldig moet die toekomst dan wel zijn! Dat geldt voor mij als gelovige, maar in het vervolg lees ik dat dit geldt voor de hele schepping.

Tot in ons

De meeste vertalingen geven het laatste deel van vers 18 weer met “heerlijkheid die aan ons onthuld zal worden”, of “…. voor ons onthuld zal worden”. Maar het staat er nog veel mooier, de heerlijkheid wordt tot in ons onthuld. Dat betekent dat ik er zelf ook deel aan krijg. Het is niet slechts iets dat voor mijn ogen zichtbaar wordt, maar ook ik zelf wordt verheerlijkt.

Romeinen 8 19 Want het reikhalzend uitkijken van de schepping wacht op de openbaring van de zonen van God.

De hele schepping is in afwachting van de onthulling van de zonen van God, van Christus en Zijn samen-lot-bezitters!

Romeinen 8 20 Want de schepping werd aan de zinloosheid onderschikt, niet vrijwillig, maar vanwege Hem, die haar onderschikt, op hoop, 21 dat ook de schepping zelf van de slavernij van de vergankelijkheid bevrijd zal worden tot in de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

Onderschikt aan zinloosheid

Het is God zelf die de schepping aan de zinloosheid heeft onderworpen. Dat is niet de keuze van het schepsel, maar vanwege Hem. Dat betekent dat toen Adam en Eva van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad aten, dit niet uit vrije wil van henzelf was [zo hebben ze het ongetwijfeld wel ervaren], maar dat God het zo beschikt had. Het moest zo gaan. Adam en Eva, behorend tot de schepping, waren aan de [tijdelijke] zinloosheid onderworpen.

Tot onvergankelijkheid en vrijheid

De schepping is schijnbaar aan zinloosheid, [met het oog op] de hoop dat zij bevrijd zullen worden van de slavernij van de vergankelijkheid. God werkt door middel van contrasten. Adam en Eva aten van de boom en begrepen kennis van goed én kwaad. Deze twee zijn niet los van elkaar verkrijgbaar. Alleen door te weten wat kwaad is, kan een mens begrijpen wat goed is en het goede waarderen. Hetzelfde levert zinloosheid en vergankelijkheid op. Juist omdat ik weet wat dat betekent, kan ik feitelijk beseffen wat onvergankelijkheid en vrijheid zijn. Daarom heeft God de schepping voltooid aan zinloosheid en vergankelijkheid, zodat Hij haar daarvan kan bevrijden. Dit proces was nodig om ons als mensen voor te bereiden.

Romeinen 8 22 Want wij weten, dat de gehele schepping samen zucht en barensweeën heeft tot nu toe. 23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eersteling van de geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, de zoonstelling verwachtend, de verlossing van ons lichaam.

Nu ken ik goed en kwaad, dit is een voorportaal voor mijn vrijheid straks

Zwangere vrouw

De schepping wordt hier vergeleken met een zwangere vrouw. Zoals ook uit Romeinen 1 blijkt dat God het mannelijke representeert en de schepping het vrouwelijke. Door opstanding verwekt God nieuw leven in de schepping. Dat is ook wat door de seksualiteit wordt uitgebeeld.

Het lijden van de tegenwoordige tijd van de schepping [:18] wordt uitgebeeld door het zuchten en de barensweeën van een zwangere vrouw. Dat is zwaar en heftig, maar de schepping is in blijde verwachting, het zal uitmonden in nieuw leven. Christus heeft als Eersteling dat nieuwe leven ontvangen en ik zal volgen als zoon van God, bij mijn zoonstelling en met Hem geopenbaard worden. Dat is de openbaring van de zonen van God [:19]. Die zoonstelling vindt plaats bij de verlossing van mijn lichaam. Ook ik zucht onder de vergankelijkheid van de schepping en daarom zie ik uit naar dat geweldige moment van de verlossing van mijn lichaam bij de wegrukking. Vanaf dat moment zal ik, met Hem aan het Hoofd, deze hele schepping onderschikken. Opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders [8:29].

Mannelijke zoon

Overigens is dit niet de enige plaats waar gesproken wordt over de geboorte van zonen, of een zoon in verband met de wegrukking. In Openbaring 12 vind ik een visioen van een zwangere vrouw die in barensweeën is [Opb.12:1]. Voor deze vrouw, die hier de uitbeelding is van Israël, staat een draak [satan], die haar kind wil verslinden. Deze mannelijke zoon wordt, zodra hij geboren is, weggerukt tot God en Zijn troon [Opb.12:5]. Hier is de mannelijke Zoon een uitbeelding van het lichaam van Christus. Zodra dat lichaam compleet is, zal hij worden weggerukt tot God en Zijn troon om de heerschappij op zich te gaan nemen. In Romeinen 8 wordt dus gesproken over de openbaring van de zonen van God en in Openbaring wordt een mannelijke zoon gebaard.

De hele schepping

Romeinen 8 spreekt niet alleen van mijn bevoorrechte positie als eersteling, maar beschrijft ook dat de hele schepping in barensnood is en daarvan bevrijd zal worden. Deze hele schepping zal delen in het leven dat Christus als Eersteling heeft ontvangen. De wegrukking zal het startschot zijn van een hele serie gebeurtenissen die ik voornamelijk beschreven vindt in het boek de Openbaring. Christus is dan niet meer verborgen, maar zal geopenbaard worden. Zo heet het boek dan ook: de openbaring van Jezus Christus [1:1]. Maar inmiddels mag duidelijk zijn dat waar Hij verschijnt, en wat Hij doet, wij [ik] als Zijn lichaam daarin delen [1 Thess.4:17; 1 Kor.12:12, Kol.3:4; enz.]. Dus ook als de schepping door Hem verlost wordt van de vergankelijkheid, dan speel ik daarin een rol!

1 Korinthe 15 22 Want net zoals in Adam allen sterven, zó zullen ook in de Christus allen levend gemaakt worden.

Deel 6 Het Oordeel Wat Is Dat Werkelijk Pdf
PDF – 568,4 KB 2 downloads