Bedelingen
Paulus gebruikt in zijn brieven meerdere malen het woord bedeling (Gr. oikonomia), met de betekenis van: huishouding, beheer, toevertrouwde taak of bestuur.
In Efeziërs 1:10 schrijft hij over Gods voornemen om “in de bedeling van de volheid der tijden” alles weer tot één te vergaderen, letterlijk: onder één hoofd, in Christus.
In Efeziërs 3:2 zegt hij:
“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u.”
In Kolossenzen 1:25 schrijft hij:
“De gemeente, waarvan ik dienaar geworden ben naar de bedeling van God, die mij gegeven is voor u, om het Woord van God te vervullen (voltooien).”
Daarnaast is er Efeziërs 3:9. In sommige vertalingen staat hier “de gemeenschap van het geheimenis” (Gr. Koinonia), maar de oudste en meest gezaghebbende Griekse tekstgetuigen lezen ** oikonomia **. In dat geval moet de tekst luiden: “welke de bedeling van het geheimenis is.”
Bedelingen (oikonomia) — Een sleutel tot verstaan van de Schrift
1. Betekenis van het woord oikonomia
Het Griekse woord dat in deze teksten met “bedeling” wordt weergegeven is oikonomia. Het is gevormd uit:
- oikos = huis
- nomos = wet / regeling / ordening
Het betekent letterlijk: huishouding, beheer, of regeling van een huis.
Een oiko nomos is iemand die in opdracht van zijn meester het huis bestuurt: een beheerder, opzichter of huisverzorger. In Lukas 12:42 is het woord vertaald met “huisverzorger”:
“Wie is dan de trouwe en verstandige huisverzorger?” (Luk. 12:42) En in Titus 1:7 lezen we:
“Een opziener moet onberispelijk zijn als een huisverzorger van God.” (Tit. 1:7)
In Lukas 16 (de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester) is oiko nomos vertaald met rentmeester, en oikonomia met rentmeesterschap. Toch is “huisverzorger” of “huisbestuur” vaak een betere weergave. Bij “rentmeester” denken velen vooral aan geldelijk beheer, terwijl oikonomia juist de volledige inrichting van het huishouden omvat.
2. Bedelingen bij Paulus: Gods huishouding
Ook bij Paulus heeft oikonomia deze betekenis: de inrichting van Gods huishouding—de manier waarop God:
- Zijn verhouding tot mensen ordent
- en hoe Hij de verhoudingen tussen mensen onderling regelt
Paulus maakt bovendien duidelijk dat er verschillende bedelingen bestaan. Hij spreekt over een bedeling die in zijn tijd geldig is, maar ook over een toekomstige bedeling, die hij “de volheid der tijden” noemt.
3. Alle Schrift is vóór ons, maar niet alles spreekt óver ons
In het verleden heb nooit geleerd om bedelingen goed te onderscheiden en met mij vele geloofsgenoten. We spreken soms nog wel over:
- een “bedeling van de wet” voor Israël
- en een “bedeling van de genade” voor de gemeente
En vanzelfsprekend houden we bijvoorbeeld geen spijswetten of sabbatswetten uit de wet van Mozes, hoewel dit wél Goddelijke geboden zijn. Toch is het verschil tussen bedelingen vaak niet helder genoeg, waardoor men moeite krijgt met de variatie in toon en boodschap in:
- de Evangeliën
- Handelingen
- Romeinen
- en Efeziërs Paulus schrijft:
“Heel de Schrift is door God ingegeven en nuttig tot onderwijs…” (2 Tim. 3:16)
Alle Schrift is dus voor ons (tot onderwijs en bemoediging), maar niet elke passage spreekt over ons. Soms spreekt de Schrift over gelovigen in een andere bedeling.
4. Voorbeelden van verschillen in boodschap
- Het evangelie van Paulus (1 15)
Paulus vat het evangelie samen als:
Christus is gestorven voor onze zonden, begraven, en opgewekt. (1 Kor. 15:3-4)
4.2 Johannes de Doper en de twaalf: “Het Koninkrijk is nabij”
Het evangelie dat Johannes de Doper predikte, en dat de Heer Jezus door Zijn discipelen liet prediken, luidde:
“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
Toen zij dit predikten, wisten zij nog niet dat Christus zou sterven en opstaan.
4.3 Pinksterprediking: Jezus tot Heer en Christus gemaakt
Petrus predikt op de Pinksterdag dat God Jezus: “…tot Heer en Christus gemaakt heeft.” (Hand. 2:36)
Toch lezen we in Matth. 16:20 dat Jezus Zijn discipelen verbood om te zeggen dat Hij de Messias was.
4.4 1 Petrus 4:18 tegenover Romeinen 4:5
Petrus zegt:
“De rechtvaardige wordt nauwelijks behouden…” (1 Petr. 4:18) Paulus schrijft:
God rechtvaardigt de goddeloze. (Rom. 4:5)
Deze uitspraken lijken niet bij elkaar te passen, tenzij we begrijpen dat de Schrift verschillende accenten kent binnen verschillende bedelingen.
Bedelingen onderscheiden is daarom een belangrijke sleutel voor Schrift verstaan.
5. Jezus’ bediening op aarde: gericht op Israël
Toen de Heer Jezus op aarde kwam, kwam Hij tot Israël. Johannes de Doper zegt:
“Opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom ben ik gekomen.” (Joh. 1:31) En Paulus schrijft:
“Jezus Christus is een dienaar van de besnijdenis geworden.” (Rom. 15:8) Zijn boodschap luidde:
“De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het evangelie.” (Mark. 1:15)
Dit was het evangelie van het Koninkrijk: het Koninkrijk dat door profeten was voorzegd en dat Gabriel aan Maria had aangekondigd (Luk. 1:32-33).
Om aan dat Koninkrijk deel te hebben moest Israël zich bekeren en geloven dat Jezus de Messias was. De roep om gerechtigheid en bekering klinkt voortdurend in deze periode.
6. Twee perioden in Jezus’ aardse bediening
In het leven van de Heer kunnen we twee fasen onderscheiden:
6.1 Eerste periode: openlijke prediking aan de scharen
Hij predikt de komst van het Koninkrijk, totdat de tegenstand zo sterk wordt dat men Zijn werk aan Beëlzebul toeschrijft (Matth. 12:24; Mark. 3:30).
6.2 Tweede periode: verborgenheid en onderwijs aan discipelen
Daarna spreekt Hij tot de scharen in gelijkenissen “opdat zij niet zouden verstaan” (Matth. 13:13-15). Zijn discipelen mogen niet langer openlijk verkondigen dat Hij de Messias is (Matth. 16:20).
Aan hen openbaart Hij wél dat de Messias moet lijden, sterven en opstaan—een boodschap die slechts door weinigen wordt aangenomen.
7. Israël verwerpt ook de Pinksterboodschap
Na de hemelvaart volgt een nieuwe fase: de Pinksterbedeling. Vergeving wordt aan Israël verkondigd:
“Bekeer u… en laat ieder van u gedoopt worden… en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.” (Hand. 2:38)
Maar Israël verwerpt ook deze prediking en “wederstaat de Heilige Geest” (Hand. 7). Stefanus wordt gedood, Jakobus onthoofd, en Petrus ontkomt slechts door een wonder (Hand. 12).
Hoewel er nog duizenden gelovige Joden zijn (Hand. 21:20), blijven velen ijveraars voor de wet, en de wet en de tempel worden opnieuw het centrum van hun godsdienstige leven.
8. Paulus’ bediening: priesterlijke dienst onder de heidenen
Paulus wordt afgezonderd voor een bijzonder werk. Hij heeft een dubbele taak:
- Onder de Joden in de verstrooiing predikt hij het Koninkrijk en roept tot
- Hij wordt ook gezonden tot de heidenen
Paulus omschrijft zijn taak onder de heidenen in Romeinen 15:
“Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zou zijn onder de heidenen… opdat de offerande van de heidenen aangenaam zou worden…” (Rom. 15:16)
Hier gebruikt Paulus opmerkelijke woorden:
- leitourgos (dienstknecht/bedienaar — met priesterlijke betekenis)
- hierourgeō (priesterlijk dienen)
Paulus beschouwt zijn werk onder de heidenen dus als priesterlijke bediening, en de heidenen
als een “offerande” die God toebehoort.
9. Handelingen 28 en de bedeling van de verborgenheid
Ook Paulus wordt uiteindelijk door Israël verworpen (Hand. 22:21-22). In Rome spreekt hij Israël aan met de woorden van Jesaja 6, en concludeert:
“De zaligheid van God is tot de heidenen gezonden.” (Hand. 28:28)
Vanaf dat moment komt het heil tot de natiën niet meer via Israël, maar buiten Israël om. Dat was eerder niet bekendgemaakt, en wordt daarom genoemd:
“de bedeling van de verborgenheid” (Efz. 3:9)
Deze bedeling heet zo, niet omdat zij nú verborgen is, maar omdat zij vroeger niet geopenbaard was.
10. Overzicht van onderscheiden bedelingen
Hieronder volgt een samenvattend overzicht zoals het in deze benadering wordt uitgewerkt:
1. De bedeling van de vleeswording van het Woord
- prediking van het Koninkrijk aan de scharen
- vervolgens onderwijs over lijden en opstanding aan discipelen
2. De Pinksterbedeling onder Israël
- Handelingen 1–12 en de lijn van Hebreeën, Jakobus, Petrus, Johannes en Judas
3. Paulus’ priesterlijke bediening ( 13–28)
- Romeinen, Korinthebrieven, Galaten, Thessalonicenzen
4. De bedeling van de verborgenheid
- gevangenisbrieven: Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen
11. Het bijzondere van de bedeling van de verborgenheid
In deze bedeling krijgen gelovigen een bijzondere plaatsing “onder de hemelsen” (tois epouraniois), zoals Efeziërs herhaaldelijk zegt:
- gezegend met alle geestelijke zegeningen “onder de hemelsen” (Efz. 1:3)
- mede gezet “onder de hemelsen” in Christus ( 2:6)
- getuigenis aan overheden en machten “onder de hemelsen” ( 3:10)
- geestelijke strijd “onder de hemelsen” ( 6:12)
12. Het evangelie van toerekening en absolute genade
In Romeinen 4 komt het woord “toerekenen” herhaaldelijk terug: God rekent gerechtigheid toe aan wie gelooft. De nadruk ligt op genade en geloof, niet op werken.
Paulus verkondigt dat niets ons kan scheiden van Gods liefde in Christus (Rom. 8), en dat waar de zonde toeneemt, de genade nog overvloediger wordt (Rom. 5:20).
13. Vergeving: van voorwaarde naar gevolg
In Matth. 6 klinkt vergeving als een voorwaarde:
“Vergeef ons… zoals ook wij vergeven…”
In Paulus’ brieven klinkt het als een vast gegeven, waaruit wij leren handelen:
“Vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.” (Efz. 4:32; vgl. Kol. 3:13)
14. Wet en inzettingen
De wet was voor Israël en functioneerde als tuchtmeester tot Christus (Gal. 3:25). Paulus bestrijdt het terugkeren naar inzettingen (Gal. 4:10; Kol. 2:16; Kol. 2:20).
De gemeente in Paulus’ bediening leeft niet onder de wet, maar vanuit de nieuwe positie: dood
voor de zonde en levend voor God (Rom. 6:11).
15. Beloften, gebed en tekenen
De evangeliën spreken over beloften die in het kader van het Koninkrijk gegeven worden. In Paulus’ gevangenisbrieven verschuift het accent naar een diepere belofte: Gods vrede die het hart bewaart (Fil. 4:6-7).
Ook tekenen en wonderen nemen een andere plaats in: ze functioneren sterk in de tijd waarin het Koninkrijk aangeboden wordt, maar verdwijnen uit beeld naarmate Israël als natie terzijde wordt gesteld.
16. Slot
Bedelingen onderscheiden helpt om de Schrift in haar volle rijkdom te verstaan, zonder schijnbare tegenstrijdigheden weg te redeneren. Alle Schrift is waardevol en door God gegeven, maar de vraag blijft steeds:
Tot wie wordt hier gesproken?
In welke bedeling staat deze boodschap?
Voor onze positie, roeping en toekomst geeft Paulus vooral onderwijs in de brieven die hij vanuit
de gevangenschap schreef, waar de “bedeling van de verborgenheid” wordt uitgewerkt.
Voetnoot
Het Griekse woord diathēkē wordt vaak vertaald met “testament”, maar de betekenis is eerder
“verbond”. God sluit een verbond; een testament is een andere rechtsvorm.